Individuele versus collectieve geloofsbeleving

Regelmatig valt te horen en te lezen dat een individuele geloofsbeleving niet erg is, maar dat een collectieve geloofsbeleving, in een groep, gemeenschap of kerk, wel kwalijk kan zijn. Geloof is dan niet erg, maar een kerk als instituut wel.

Omgekeerd
Deze redenatie is waarschijnlijk ingegeven door vooroordelen of door een afkeer van de traditionele kerkelijke organisaties, want goed beschouwd klopt het niet. Het is vaak namelijk precies omgekeerd: juist een individuele geloofsbeleving leidt tot extremen, van een extreem liberaal, waterig, of onbepaald tot een extreem radicaal en fundamentalistisch geloof. Collectieve geloofsbeleving in het kader van een grotere gemeenschap leidt daarentegen eerder tot matiging van geloofsdenkbeelden.

Individueel
De reden daarvoor is ook vrij simpel: als iemand in z’n eentje zijn geloof beleeft, dan is hij of zij geheel vrij om dat naar eigen inzicht vorm te geven. Dat kan op een goede manier, maar ook heel makkelijk op een verkeerde of zelfs slechte manier. Zeker als iemand ook voor de rest een individueel of zelfs geisoleerd leven leidt, kan dit vaak leiden tot geloofsvoorstellingen die nauwelijks meer rationeel verantwoord zijn en in de richting van waanvoorstellingen gaan. We zien ook dat religieuze fundamentalisten en terroristen doorgaans eenlingen zijn, of in zeer kleine, sectarische groepjes en cellen leven, die zich helemaal afsluiten voor de buitenwereld.

Collectief
Bij een collectieve geloofsbeleving, waarbij mensen naar een kerk of andere geloofsgemeenschap gaan, of ook nog op andere manieren in groepverband religieuze contacten of activiteiten ontplooiien, is de kans op extremisme een stuk kleiner. Iemands eigen geloofsbeelden worden in zo’n geval immers steeds getoetst aan die van zijn of haar mede-gelovigen. En omdat iedereen net altijd weer een iets andere kijk op dingen heeft, noodzaakt dat tot een permanente overweging van de eigen overtuiging. Misschien niet in de zin van een fundamentele twijfel, maar wel als nuanceringen die voorkomen dat men zich gaat blindstaren op xc3xa9xc3xa9n eigen denkbeeld.

Katholieke geloofsbeleving
Nu zal menigeen meteen denken aan de strenge leer van de Rooms-Katholieke Kerk, terwijl dat toch de grootste geloofsgemeenschap ter wereld is. De officixc3xable katholieke leer mag dan misschien streng zijn, toch maakt de grootte van de Kerk dat dit niet gauw leidt tot fundamentalistisch extremisme. Daar zijn verschillende factoren voor.
In de eerste plaats zijn er binnen de Kerk dermate veel verschillende gelovigen dat de leer altijd aan kritiek onderhevig is en daardoor ook aan ontwikkelingen onderhevig is. Voorts maakt de grootte van de Kerk dat het Vaticaan gewoon praktisch gezien al nooit overal een absolute greep op kan hebben. Er is binnen de wereldkerk dan ook een zeer grote varixc3xabteit in de geloofsbeleving. Tenslotte is ook de officixc3xable leer van de Kerk, die overigens genuanceerd genoeg is, een rem op nog strengere individuele interpretaties van het geloof. Niet voor niets wordt dan gesproken van "roomser dan de paus zijn"…

Het hart

In de tijd van de bijbel werd het hart beschouwd als het centrum van verstand en inzicht en de maag/buik als het centrum van gevoelens. Wij zien dit nog terug in de uitdrukking "mijn maag draait om".
Pas sinds een paar eeuwen wordt het hoofd/de hersenen gezien als de plaats van het verstand en is het hart de plaats van het gevoel geworden.
Wanneer in de bijbel dus sprake is van het hart, dan gaat het niet over gevoelens, maar juist over verstand, inzicht en begrip! Het hart is ook wel het orientatiecentrum en dat kan gericht zijn op God en de naaste, danwel op je eigenbelang…

Regel en praktijk

Zowel binnen als buiten de Rooms-Katholieke Kerk hebben veel mensen moeite met haar regels. Met name de kerkelijke moraalvoorschriften, maar bijv. ook de regels omtrent het ambt en het celibaat roepen vaak veel weerstand op.
Bij die kritiek kijkt men doorgaans alleen naar de inhoud van zulke regels. Men gaat echter voorbij aan de manier waarop de regels van de Kerk bedoeld zijn en aan de manier hoe wij daar tegenaan kijken. De moderne Westerse kijk op regels wijkt namelijk nogal af van de wijze waarop de Kerk van oudsher met regels omgaat.

Idealen
Als eerste moeten we goed voor ogen houden dat de regels van de Kerk idealen zijn. Met name de regels op het gebied van de moraal (dusvoor de intermenselijke omgang) geven aan hoe mensen zich zouden moeten gedragen om heilig te kunnen worden. De lat ligt dus heel hoog, zoals ook de Bijbel duidelijk maakt in de parabel van de smalle weg.
Om die reden kunnen zulke regels niet zomaar worden aangepast of zelfs afge- schaft worden. Zou men dat wel doen, dan doen we daarmee afbreuk aan of verliezen we zelfs de betreffende idealen…

Leer en leven
Maar precies omdat deze regels idealen uitdrukken, wordt ook duidelijk dat zij in eerste instantie redelijk ver van de alledaagse praktijk afstaan, dat er een verschil is tussen de leer en het leven. Een ideaal is namelijk per definitie iets wat niet algemeen gangbaar is, maar waar naar gestreefd moet worden, waar moeite voor gedaan moet worden.
In het dagelijks leven zijn we bijna allemaal zondaars, mensen met kleinere en grotere tekortkomingen, vergissingen en fouten. Als we dat inzien, dan zien we ook dat het beter kan en beter moet. En dat wat het beste is, is dan het ideaal, het ideaal waarnaar we willen streven. We zien dat er een verschil is tussen de leer en het leven, en vanuit de onvolmaaktheid van het leven willen we streven naar de volmaaktheid zoals de leer ons die voorhoudt.

Aanpassen
Dit onderscheid tussen de leer en het leven, tussen de regels en de praktijk, lijkt misschien vanzelfsprekend, maar is dat niet. In de protestantse traditie, en in navolging daarvan in het hele moderne westerse denken, ziet men wel dat dat verschil er is, maar men wil het zo snel mogelijk weg hebben. Dat kan op twee manieren:
1. Men past het leven zo snel en zo goed mogelijk aan de leer aan. Dat is de strenge opvatting.
2. Men past de leer (de regels) zo snel en zo goed mogelijk aan het leven (de praktijk) aan. Dat is de vrijzinnige, liberale opvatting.

Protestants
Deze beide methoden zien we zowel in de protestantse kerken, als in de omgang met wetten en regels in van oorsprong protestantse landen terug. De strenge methode van "regel is regel", "wet is wet" en de eis van strikte naleving herken- nen we van vroeger, uit Amerika en zien we in toenemende mate ook in Neder- land weer opkomen.
De vrijzinnig, liberale methode kennen we uit de jaren ’60 en ’70 en uit de liberale politiek, waarbij wetten en regels zo worden aangepast en opgerekt dat ze bijna alles mogelijk maken wat zich reeds in de praktijk allemaal voordoet.

Katholiek
Daarentegen is de katholieke methode niet zo gefocust op snelle aanpassing, noch van de leer, noch van het leven. Uiteraard is het streven wel om het leven naar de leer te richten, alleen willen katholieken dat niet forceren, zij willen het minder afdwingen, maar meer stimuleren…
Hoe dat in zijn werk gaat zien we in katholieke landen: men is daar niet zo streng en neemt het niet zo nauw. Wel houdt men de regels in ere en kan men publie- kelijk en officieel streng zijn, maar binnenskamers en officieus wordt er vaak een oogje toegeknepen.
Bekeken door een protestantse bril wordt dat meestal hypocriet en corrupt ge- noemd, want men kan dan niet aanzien dat er die ruimte tussen de regels en de praktijk wordt gelaten…

Menselijk
Op het eerste (protestantse) gezicht lijkt het inderdaad zo dat de katholieke me- thode ofwel afbreuk doet aan de regels (vanuit de strenge variant), ofwel te strenge regels hooghoudt (vanuit de vrijzinnige variant). Ook in de Katholieke Kerk kijkt men tegenwoordig vaak door deze protestantse bril, conservatieven door de strenge bril, progressieven door de vrijzinnige bril.
Wat met de protestantse zienswijze echter uit het oog wordt verloren is de men- selijkheid. Bij de protestantse methode staat namelijk niet de mens, maar de regel centraal. In de strenge variant is er geen ruimte voor individuele omstandig- heden (want men moet zich zo snel en zo goed mogelijk aan de regel aanpas- sen) en in de vrijzinnige variant is er geen ruimte voor de idealen die mensen ook nodig hebben (want men past de regels aan de praktijk aan).

Ruimte
De ruimte die er in de katholieke methode is tussen de regel en de praktijk, is ruimte voor de mens, ruimte waarin fouten gemaakt worden en ruimte waarin naar idealen gestreefd wordt. Het is ruimte uit respect voor het feit dat ieder mens anders is en ruimte en tijd nodig heeft, het is ruimte uit naastenliefde!
De medemens de nodige ruimte geven is namelijk bepaald niet gemakkelijk, het is vaak zelfs heel moeilijk, want het vereist het telkens opnieuw vinden van het juiste evenwicht tussen regel en uitzondering, tussen strengheid en soepelheid, tussen straf en vergeving…

Conclusie
Als het gaat over de regels van de Katholieke Kerk, moeten we dus niet alleen naar de regels zelf kijken, maar moeten we dus ook rekening houden met de functie ervan en met hoe katholieken er mee omgaan. Katholieke regels moeten gezien worden binnen een groter kader, dat aan die regels op zich niets afdoet, maar er juist iets (de menselijkheid) aan toevoegt, of nog beter gezegd: waarin duidelijk wordt dat regels ‘slechts’ hulpmiddelen, nadere uitwerkingen zijn van de regel dat wij rechtvaardig en uit liefde met elkaar moeten omgaan!

Kerkelijke rijkdom…?

In een eerdere log over nederigheid kwam al even aan de orde dat de Katholieke Kerk regelmatig verweten wordt dat zij te veel aan uiterlijke pracht en praal zou hechten.

Vaak wordt die beschuldiging ook in verband gebracht met het feit dat de Kerk in het verleden doorgaans redelijk goede contacten met de rijken en de machtigen onderhield. Daarover schreef ik eerder de log over arm en rijk.

In deze log zal ik tenslotte kijken wat er waar is van de eveneens met zekere regelmaat geuite beschuldiging als zou de Kerk zelf schatrijk zijn en uit zijn (geweest) op het vergaren van geld, goederen en kunstschatten.

Overdreven
Net zoals met de kwestie van de nederigheid en de banden met de elite het geval is, geldt ook voor de rijkdom die men de Kerk toedicht, dat die schromelijk wordt overdreven. In vroeger eeuwen heeft de Kerk inderdaad vele bezittingen gehad en was zij een rijk en machtig instituut, maar die tijden zijn inmiddels al lang voorbij.

Onteigend
Het uitgestrekte grondbezit, de vele kerken en kloosters en de daaraan verbonden kunstschatten zijn in Noordwest-Europa al in de 16e eeuw, als gevolg van de Reformatie voor het grootste deel onteigend of zelfs verwoest.
Vervolgens werden ook rond 1800, in navolging van de Franse revolutie vele kerkelijke eigendommen en bezittingen geconfisceerd of wederom verwoest of onteigend.

Kerkgebouwen
Daardoor is het bezit van de Katholieke Kerk in de westerse wereld lang niet meer wat het ooit geweest is. Weliswaar heeft de Kerk de beschikking over vele, vaak bijzonder grote en fraaie kerkgebouwen, maar die vormen goed beschouwd meer een last, dan een lust.
De veelal oude en monumentale kerkgebouwen vergen immers grote sommen geld aan onderhoud en restauratie. Voor restauraties stelt de overheid wel subsidies beschikbaar, maar daarnaast moet ook de Kerk daar substantieel aan bijdragen, nog afgezien van het gewone reguliere onderhoud.

Bisschoppelijke paleizen
Naast de kerkgebouwen zijn er bijv. ook nog de bisschoppelijke paleizen. Dat zijn weliswaar vaak (meer of minder grote) historische gebouwen, maar die zijn qua inrichting en levenswijze bijna altijd vele malen soberder dan de woning van menig particulier.
Naast kantoorruimte hebben namelijk ook de bisschop, de hulpbisschop en soms ook nog 1 of meer vicarissen en zusters voor de huishouding er hun woonvertrekken. Het zijn dus meer kloosters dan paleizen…

Het Vaticaan
Ook het Vaticaan ziet er aan de buitenkant veel rijker uit, dan het in werkelijk is. De Sint Pieter en de Vaticaanse paleizen zijn van grote pracht, maar de kosten voor het onderhoud ervan zijn minstens zo indrukwekkend!
De Vaticaanse musea omvatten een reusachtige en unieke verzameling kunstvoorwerpen, maar ook daarvoor geldt dat de inkomsten die de bezoekers opleveren, ternauwernood tegen de kosten opwegen.

Verkopen?
Zulke kunstschatten of (kerk)gebouwen verkopen en de opbrengst onder de armen verdelen is geen optie: het klinkt wel leuk en nobel, maar lost nauwelijks iets op. Er kunnen wat extra huizen, scholen, ziekenhuizen e.d. mee gebouwd worden, maar daar houdt het dan ook wel mee op ook.
Zo’n eventuele verkoopopbrengst beleggen en de rendementen aan de armen geven zet al evenmin zoden aan de dijk, want reeds nu worden al enorm veel liefdadigheids-, onderwijs- en gezondheidszorgprojecten gerealiseerd en gefinancierd door een constante stroom van giften van gelovigen.

Geschonken
Want laten vooral niet vergeten dat de vroegere rijkdom van de Kerk niet louter ten koste en tegen de wil van de gelovigen vergaard is, maar juist door hen uit eigen beweging en diepe betrokkenheid aan de Kerk geschonken en/of nagelaten is!
Natuurlijk speelde daar ook bezorgdheid om het eigen zielenheil een rol bij, maar dat was niet zozeer omdat de Kerk de mensen bang maakte om hen zo geld uit de zak te kloppen, maar omdat de levensomstandigheden in vroeger eeuwen dermate onzeker en beangstigend waren, dat de mensen veel over hadden door de houvast die de Kerk en het geloof boden!

Doel
Ook om die reden gaat het niet aan om de kerkelijke kunstschatten te verkopen ten behoeve van de armen of om daarmee demonstratief nederigheid te tonen. De meeste van deze schatten en kunstwerken zijn immers door gelovigen geschonken of betaald tot meerdere eer en glorie van God en om Hem op plechtige en waardige wijzen te loven en te danken!
Wij mogen niet lichtvaardig aan zulke bedoelingen van onze voorvaderen voorbij gaan, maar moeten daarentegen heel zorgvuldig en gewetensvol zulke zaken in ere houden.

Andere kant
Tenslotte is de pracht, praal en rijkdom altijd maar xc3xa9xc3xa9n kant van de Kerk geweest. De andere kant was en is er xc3xa9xc3xa9n van grote soberheid, nederigheid, dienstbaarheid en zelfopoffering. Die kant van de Kerk vinden we met name in het kloosterleven, waar kloosterlingen zich inzetten voor de naaste vanuit een democratische gemeenschap, waarin iedereen gelijkwaardig en bevrijd van de banden van familie, bezit en eigenwijsheid is. Deze houding en levenswijze vinden we tegenwoordig ook terug in de vele nieuwere religieuze gemeenschappen en bewegingen.

Nederigheid

Regelmatig wordt van de Rooms-Katholieke Kerk gezegd dat zij met haar vele fraaie kerkgebouwen, kunstschatten, rijke tradities en rituelen niet bepaald een voorbeeld van nederigheid is…

Hypocriet
Met zo’n uitspraak denkt men de Kerk dan makkelijk aan de kant te kunnen zetten door haar als hypocriet af te doen. Het omgekeerde is echter waar: niet de Kerk, maar de moderne mens ontbreekt het aan nederigheid…
De moderne mens die in het rijke Westen zwelgt in rijkdom en welvaart en die dan nog meent kritiek te moeten hebben op het enige instituut dat de mensen altijd al en nog steeds tot nederigheid, solidariteit en naastenliefde inspireert, oproept en aan- spoort!

Misverstand
Het is een misverstand om te denken dat de Katholieke Kerk als instituut zelf nederig zou moeten zijn. Nederigheid is een deugd die elk mens zich eigen zou moeten maken. En de Kerk is dan een goddelijk instrument om ons daartoe aan te zetten.

Beperkingen
Want als wij echt nederig willen zijn, dan moeten wij erkennen dat wij de inspiratie, de steun, de troost, de (bege)leiding en de heilzame kracht van de sacramenten nodig hebben. Dit vanuit het besef dat wij allen onze beperkingen en tekortkomingen hebben, dat wij zwakke momenten hebben en ons gemakkelijk kunnen vergissen.

Vertegenwoordiging
Daar komt bij dat het Christus zelf is geweest, die Zijn apostelen de opdracht heeft gegeven om ons in Zijn naam te onderwijzen en te heiligen en Hem te vertegen- woordigen in de viering van de Eucharistie.
Vanuit dit gelovige besef is het een blijk van nederigheid wanneer wij ons onder- werpen aan de kerkelijke ambtsdragers, die als opvolgers van de apostelen Christus representeren en tegenwoordig stellen.

Ambtsdragers
Voor de kerkelijke ambtsdragers zelf bestaat de nederigheid erin dat zij als herder, leraar en leider moeten handelen en optreden op een manier die nodig is voor de taak waartoe zij geroepen zijn. Zo kan het voor hen nodig zijn om met uiterlijk of zelfs machtsvertoon op te treden, daar waar zij er van zouden hebben afgezien als zij niet in die positie waren.

Waarom?
Vele zullen zich nu misschien afvragen waarom de Kerk als geheel en de kerkelijke ambtsdragers in de uitoefening van hun functie kennelijk niet zo nederig hoeven te zijn als de gewone gelovigen…

Kloosterleven
Ten eerste is er in de Katholieke Kerk altijd ook een plaats geweest voor leven in nederigheid, soberheid en onthouding: in de kloosters en andere religieuze gemeenschappen, alsmede in gemeenschappelijke of individuele vormen van zelfheiliging.

Plichtsgetrouw
Ten tweede hoeft het, vooral vroeger, met veel status en zelfs statie omgeven optreden van kerkelijke ambtsdragers helemaal geen belemmering te zijn voor persoonlijke en innerlijke nederigheid. Zoals gezegd zal voor vele geestelijken het een opoffering zijn om een publieke en belangrijke functie in de Kerk te vervullen.

Eerbewijzen
Ten derde zijn alle uiterlijke vertoon in de vorm van gebouwen, gewaden, rituelen en gebaren altijd in de eerste plaats ter meerdere eer en glorie van God. Reeds in het Oude Testament werd de Ark van het Verbond en de latere Tempel in de mooiste materialen uitgevoerd. Hoe meer wij op die manier laten blijken hoe groot God is, hoe nederiger onze eigen positie daartegen afsteekt.

Dankbewijzen
Ten vierde is het uiterlijke vertoon in de Kerk ook een uiting van onze dankbaarheid jegens God en wel voor al het goede dat Hij ons telkens weer schenkt en in het bijzonder voor het feit dat Hij ons door Zijn Zoon de Verlossing heeft geschonken!
Daarvoor is God onze dankbaarheid waardig met al wat wij hebben, ons hart, onze ziel, maar ook met het werk van onze handen, met het mooiste wat wij kunnen maken!

Verschillend
Ten vijfde is het de opdracht van de Kerk om de gelovigen tot nederigheid te inspireren en aan te sporen. Dit zal op verschillende manieren moeten gebeuren, gewoonweg omdat mensen verschillend zijn. Zo is de xc3xa9xc3xa9n gevoelig voor het sobere kloosterleven, een ander voor de trouwe plichtsvervulling van een ambtsdrager, weer een ander voor de eerbiedwaardigheid van de gebruiken en tradities en een laatste voor de boodschap zoals die uit de schoonheid van kerkelijke kunstschatten spreekt.

Moeite
Tenslotte is elke moeite en inspanning die je niet voor jezelf en ten eigen bate doet al een blijk van nederigheid. Daarom is het goed om ook in de vorm van uiterlijkheden moeite te doen voor de Kerk en daarmee voor God.

Verantwoordelijk…?

Met zekere regelmaat wordt de Katholieke Kerk verweten dat zij zich in het verleden aan allerhande misstanden en zelfs misdaden schuldig gemaakt zou hebben. Daarbij gaat het dan om het vaste rijtje van kruistochten, inquisitie, kettervervolging, heksen- verbranding, zieltjeswinnerij, het zegenen van wapens, het goedkeuren van oorlogen, het vermeende zwijgen inzake de holocaust, enz., enz… Ik zal nu niet op de afzonderlijke beschuldigingen en gevallen ingaan, maar even naar het algemene beeld kijken.

Vele oorzaken
Inderdaad zijn een deel van genoemde gebeurtenissen onder verantwoordelijkheid van de Kerk gebeurt, een ander deel is door de Kerk nolens volens toegelaten en weer een ander deel valt gewoonweg onder verantwoordelijkheid van wereldlijke machten en krachten. Ook in de laatstgenoemde gevallen werd in vroeger eeuwen vaak de godsdienst of zelfs Gods wil als excuus of alibi gebruikt. Het feit dat de religie hierbij als excuus of dekmantel nodig was, geeft al aan dat de betreffende misstanden en misdaden niet religieus van aard waren, maar machtspolitieke, economische of sociale oorzaken hadden. Dat soort oorzaken lagen bovendien vaak ook ten grondslag aan de misstappen die in naam van of door de Kerk zelf plaatsvonden. De Kerk omvatte in vroeger eeuwen en met name in de Middeleeuwen immers een dermate groot deel van het leven, dat alles met alles verweven was.

Genuanceerde kijk
Het gaat daarom niet aan om misstanden en misdaden enkel en alleen aan de Katholieke Kerk toe te rekenen, voor zover het xc3xbcberhaupt al correct is om vanuit onze huidige situatie een oordeel te vellen over gebeurtenissen van vele eeuwen terug…. Net zoals ook tegenwoordig het geval is, was het ook vroeger zo dat ontwikkelingen, gebeurtenissen en incidenten niet op zichzelf staan en vaak niet xc3xa9xc3xa9n enkele duidelijke oorzaak hebben, maar veeleer het gevolg zijn van een complexe samenloop van religieuze, maatschappelijke, sociale en psychische factoren. Voor een enigszins goede beoordeling is daarom altijd nauwkeurig onderzoek en een genuanceerde kijk op de zaak nodig.

Enig overgebleven
Bij beschuldigingen aan het adres van de Katholieke Kerk doet zich echter nog een bijzonder aspect voor, dat vaak over het hoofd wordt gezien. Namelijk het feit dat van alle maatschappelijke instanties en organisaties de Kerk het enige institutuut is dat al bijna 2000 jaar onafgebroken bestaat. Mede daardoor fungeert de Katholieke Kerk al te vaak en al te gemakkelijk als een bliksemafleider waarop alle kritiek, beschuldigingen en veroordelingen over het verleden inslaan. Alle vroegere machthebbers zijn immers al lang en breed dood en begraven, alle vroegere instellingen, organisaties, vorstendommen en koninkrijken bestaan niet meer (of alleen nog in naam), terwijl de Katholieke Kerk de "pech" heeft dat zij er nog wel is en dat bovendien nog op een manier die in alle eeuwen nauwelijks veranderd lijkt…

Zelfreinigend vermogen
Het bijzondere feit dat de Katholieke Kerk als enige organisatie nog steeds bestaat, zou er goed beschouwd niet toe mogen leiden dat zij daardoor als zondebok fungeert, maar zou daarentegen juist als een positief verschijnsel gezien moeten worden. Dat de Kerk de vele verkeerde dingen die er door haar en in haar naam gebeurt zijn, overleefd heeft, getuigt namelijk van een tamelijke grote mate van flexibiliteit, aanpassings- en incasseringsvermogen, ook al lijkt tegenwoordig soms het tegendeel het geval te zijn. De Katholieke heeft in haar zeer lange bestaan bewezen dat zij alle interne en externe problemen, crises, ketterijen, misstanden en wat dies meer zij, telkens weer te boven kon komen, soms door middel van geweld, maar meestal door op vreedzame wijze de misstanden zelf aan te pakken door interne hervormingen en correcties te bevelen of te laten plaatsvinden. Het gaat in de Kerk vaak niet zo snel als in wereldlijke kringen, maar uiteindelijk heeft zij steeds haar fouten ingezien en ervan geleerd.

Failliete boedel
De wereldlijke machten en instanties hebben deze flexibiliteit en dat zelfreinigend vermogen nooit in die mate bezeten, getuige het feit dat deze gemiddeld zo om de paar honderd jaar op meer of minder gewelddadige wijze instortten of omvergeworpen werden. Daarbij telkens een failliete boedel met (letterlijk) vele lijken in de kast achterlatend. Daardoor was enerzijds steeds een nieuw begin mogelijk, maar konden anderzijds de oude machthebbers en instellingen later niet meer hun wandaden aangesproken worden. Dat is zuiver historisch gezien niet zo heel erg, maar mag er natuurlijk niet toe leiden dat daardoor de meer populaire opinie de verantwoordelijkheid voor vele misstanden uit het verleden eenzijdig legt op nota bene het enige instituut dat door alle eeuwen heen het vermogen heeft gehad om van haar fouten te leren…

Alternatieven??
Daar komt bij dat in het verleden ook telkens weer is gebleken dat het bijzonder moeilijk was en is om het beter te doen dan dat de Katholieke Kerk het heeft gedaan. Zo wilden bijvoorbeeld de Protestanten het christelijke geloof op een betere en zuiverder manier in de praktijk brengen, maar in door hen geregeerde landen en gebieden waren per saldo niet minder misstanden en misbruiken dan in katholieke streken. Ook protestanten onderdrukten en vervolgden andersgelovigen en -denkenden en maakten zich schuldig aan zaken als slavenhandel en oorlogsmisdaden.
Het Communisme wilde het zelfs helemaal zonder enige godsdienst doen, maar dat bleek al gauw in mensonterende onderdrukking te ontaarden, om daarbij nog maar niet te spreken over de slordige 100 miljoen (!) mensen die door de diverse communistische regimes om het leven zijn gebracht…</p?

Onderscheid maken

Onderscheid maken wordt in onze huidige cultuur al gauw aangemerkt als discrimi- natie en alszodanig verworpen of zelfs verboden.

Beschuldigingen
Met zekere regelmaat wordt daarom ook de Katholieke Kerk beschuldigd van het maken van onterecht onderscheid. De Kerk maakt immers onderscheid tussen gewijde leden die wel en ongewijde leden die geen Sacramenten mogen bedienen, tussen mannen die wel en vrouwen die geen gewijde ambten mogen bekleden, tussen katholieken die wel en andersgelovigen die niet ter Communie mogen, enzovoort…

Alternatieven
Maar is het maken van onderscheid wel zo verwerpelijk als doorgaans wordt voorge- steld…? En wat zijn de alternatieven…? Naast het maken van onderscheid zijn er twee andere mogelijkheden, namelijk het scheiden en het gelijkschakelen. Laten we deze drie manieren iets nader bekijken:

Onderscheiden
Onderscheid maken betekent dat we verschillen zien en die verschillen erkennen en tevens dat we de verschillende objecten niet scheiden, maar bij elkaar houden. Door het erkennen van verschillen wordt recht gedaan aan de verscheidenheid van de werkelijkheid en door het niet scheiden wordt bijeengehouden wat bijeen hoort.

Scheiden
Het zien van verschillen leidt eerst tot het maken van een onderscheid, maar kan ook heel gemakkelijk doorslaan naar het maken van een scheiding. Als we hebben geconstateerd dat twee dingen verschillen, dan hebben we immers gauw de neiging om een voorkeur voor xc3xa9xc3xa9n van beide (of meerdere) uit te spreken en daarmee een afkeur voor het andere. Een volgende stap is dan de concentratie op of zelfs het in bezit nemen van het ding van onze voorkeur en het afwijzen, verwijderen of zelfs vernietigen van het andere ding (“ding” kan ook door “mens” worden vervangen)…

Gelijkschakelen
Het gelijkschakelen is de optie die onder de benaming “gelijke behandeling” tegen- woordig de voorkeur geniet. Goed beschouwd is gelijk behandelen eigenlijk helemaal niet zo mooi als het lijkt, want daarmee wordt gelijk gemaakt wat niet gelijk is. Van nature is immers niets precies gelijk en mensen zijn al helemaal niet gelijk aan elkaar. Mensen worden juist gekenmerkt door de manier waarop zijn van elkaar verschillen, waarop elk individu anders, zelfs uniek is!
Het gelijk behandelen van mensen kan in bepaalde specifieke gevallen goed zijn, maar moet beperkt blijven, want mensen teveel gelijk behandelen doet afbreuk aan het feit dat zij niet gelijk zijn, doet onrecht aan hun individualiteit en eigenheid.

Overeenkomsten
Hoewel scheiden en gelijkschakelen op het eerste gezicht heel verschillend lijken, hebben zij met elkaar gemeen dat zij beiden focussen op xc3xa9xc3xa9n alternatief: bij het scheiden kiest men het ene en verwerpt men het andere, bij het gelijkschakelen kiest men xc3xa9xc3xa9n aspect of alternatief uit, dat dan de standaard wordt waaraan het andere dient te worden aangepast.
In beide gevallen gaat verscheidenheid verloren en blijft er een uniforme eenvormig- heid over. Daarmee staan zowel het scheiden als het gelijkschakelen tegenover het onderscheiden, dat de verschillen weliswaar inziet, maar niet scheidt of gelijkschakelt.

Conclusie
Gezien de menselijke verscheidenheid verdient niet het scheiden, noch het gelijk- schakelen, maar alleen het onderscheiden onze voorkeur. Onderscheiden doet recht aan de eigenheid en individualiteit die zo kenmerkend is voor de mensheid en houdt tegelijk deze verscheidenheid bijeen. Daarmee is onderscheid maken niet alleen menswaardig, maar ook katholiek, dat letterlijk immers ‘universeel’ en ‘alomvattend’ betekent…