Misbruik en celibaat: de cijfers

Na eerdere schandalen in de Verenigde Staten, Ierland en Duitsland is de afgelopen maanden ook in Nederland grote ophef ontstaan over seksueel misbruik door katholieke geestelijken.

Ongenuanceerd
Voor menigeen en vele media was en is dit weer een zoveelste gelegenheid om de Katholieke Kerk op de meest ongenuanceerde manier weg te zetten. Zonder veel nadenken en zonder veel onderzoek worden de misbruikgevallen binnen de kerkelijke instellingen ook nu weer aan het celibaat toegeschreven.

Celibaat?
Er bestaan echter diverse onderzoeken die laten zien dat het celibaat niet de hoofdoorzaak van seksueel misbruik is en dat misbruik binnen de katholieke Kerk niet vaker voorkomt dan daarbuiten. Diverse van zulke onderzoeken staan genoemd in een interessant artikel van Dirk Vlasblom dat op 20 maart j.l. in het NRC verscheen, maar dat nog valt na te lezen op de website www.blikopdewereld.nl:

1990
De Amerikaanse psychotherapeut Richard Sipe schatte in 1990, op basis van zijn klinische ervaring, dat 2 procent van de priesters pedofiel gedrag vertonen en nog eens 4 procent seksuele belangstelling aan de dag leggen voor minderjarige meisjes en jongens na de puberteit.

1993
De Amerikaanse psychologen John A. Loftus en Robert Camargo publiceerden in 1993 onder de titel Treating the Clergy de resultaten van hun onderzoek onder 1.322 priesters en kloosterbroeders. Van hen rapporteerde 27,8 procent dat ze wel eens seks hadden met een volwassen vrouw en 8,4 procent gaf toe wel eens seksueel getint contact te hebben gehad met een minderjarige van onder de 18.

1999
In 1999 verscheen het boek Bless me father, for I. have sinned – Perspectives on Sexual Abuse Coinmitted by Roman Catholic Priests van Thomas Plante, hoogleraar psychologie aan Santa Clara University en universitair hoofddocent psychiatrie aan de Stanford School of Medicine.
Hij maakt uit zijn onderzoek op dat tot 5 procent van de Amerikaanse priesters seks heeft gehad met iemand onder de 18. Volgens Plante wijkt dit cijfer niet af van andere, niet-celibataire kerkgenootschappen en ligt het lager dan dat van de mannelijke bevolking als geheel, dat hij houdt op 8 procent.

2002
In januari 2002 publiceerde het dagblad The Boston Globe een reeks gevallen van ernstig en langdurig misbruik van minderjarigen in het aartsbisdom Boston. Het was een onthutsende illustratie van wat, Plante ‘mismanagement’ noemt.
Exc3xa9n priester kon dertig jaar lang zijn gang gaan met kinderen onder zijn hoede. Als hij werd betrapt, werd hij overgeplaatst naar een andere parochie. De krant vond 130 van zijn slachtoffers en reconstrueerde de kerkelijke doofpotpraktijk. Het was deze publicatie die een lawine van andere onthullingen losmaakte.

2004
Naar aanleiding van bovengenoemde publicatie liet de Amerikaanse bisschoppenconferentie (USCCB) een grootschalig en onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de aard en omvang van seksueel misbruik van minderjarigen door de geestelijkheid. Dit werd gedaan door het John Jay College of Criminal Justice van de City University of New York.
In het eindverslag uit 2004 staat dat in de periode tussen 1950 en 2002 in totaal 10.667 personen een klacht bij de Katholieke Kerk hebben ingediend wegens seksueel misbruik. Daarvan bleven er bij nader onderzoek 6.700 overeind en die hadden betrekking op 4.392 priesters, dat wil zeggen 4 procent van alle 109.694 priesters die actief waren in de onderzoeksperiode.

2010
De Berlijnse gerechtspsychiater Hans-Ludwig Krober stelde naar aanleiding van de nieuwste gevallen in Duitsland, dat tussen 1985 en 2000 bij de Duitse politie 94 gevallen van misbruik van minderjarigen door katholieke priesters zijn gemeld. Daarvan hadden 30 gevallen geleid tot een veroordeling.
In heel Duitsland werden in diezelfde periode 210.000 aangiften gedaan van seksueel misbruik van minderjarigen en die leidden tot 2.500 veroordelingen.
Het aandeel van geestelijken in de gemelde gevallen van misbruik in die jaren zou dan neerkomen op ca. 0,045 procent, hun aandeel in de veroordelingen op 0,08 procent.

Vergelijking
Het is lastig om deze cijfers van misbruik binnen de Katholieke Kerk te vergelijken met die van misbruik binnen andere groepen waarin intensief contact met minderjarigen bestaat. Dit om de eenvoudige reden dat er (nog) nauwelijks onderzoek naar gedaan is. Wel geven de volgende onderzoeken een indicatie:

Padvinderij
De Amerikaanse journalist Patrick Boyle deed onderzoek in de archieven van de padvinders en publiceerde daarover in 1994 het boek Scout’s Honour: – Sexual Abuse in Antierica’s most trusted institution. In de periode tussen 1971 en 1989 werden 416 leiders (hopmannen en vaandrigs) van de padvinderij ontslagen wegens seksueel misbruik. Boyle vond voor die periode 1.151 aanklachten. In de onderzochte periode telde de padvinderij 1 miljoen vrijwillige leidinggevenden. 

Middelbare scholen
In 2004 verscheen het verslag van een uitgebreid literatuuronderzoek naar seksueel wangedrag op Amerikaanse openbare scholen onder de titel Educator Sexual Misconduct: A Synthesis of Existing Literature. Opdrachtgever was het ministerie van Onderwijs, onderzoeker was onderwijssocioloog Charol Shakeshaft van Hofstra University.
Zij schatte dat in de periode tussen 1991 en 2000 zo’n 290.000 middelbare scholieren enigerlei seksueel misbruik hebben ondervonden van een docent of staflid, varixc3xabrend van ongewenste aanrakingen door en naakt poseren voor een leraar tot verkrachting.

Hoe groot de aantallen van misbruik bij al dan niet kerkelijke instellingen en organisaties ook mogen zijn, feit is dat het meeste misbruik van kinderen nog altijd plaatsvindt in de gezins- of familiesfeer – en dat is eigenlijk nxc3xb3g triester…

Uiteraard valt over deze uitermate treurige kwestie nog heel veel meer te zeggen, maar het is goed om daarbij in elk geval uit te gaan van de realiteit, zoals die uit bovengenoemde cijfers blijkt.

Links:
– Het artikel van Dirk Vlasblom: Knellende boorden
– Op een Duitse weblog: Zxc3xb6libat – Ein Grund fxc3xbcr Missbrauch?

.

Advertenties

2 thoughts on “Misbruik en celibaat: de cijfers

  1. De redenering celibaat leidt tot misbruik is waarschijnlijk als volgt: het is ongezond als mannen niet aan hun seksuele impulsen kunnen toegeven. Als ze gedwongen celibatair zijn, gaan ze daarom maar kinderen misbruiken.

    Ik vind dat niet logisch. Het gebrek aan seksuele omgang voor geestelijken kan hoogstens maar een deel van het misbruik verklaren. Er zijn toch veel meer priesters en broeders die zich prima in kunnen houden? Ik vind dat er nu wordt gedaan alsof mannen een soort woeste wezens zonder zelfbeheersing zijn. Alsof het onmogelijk is om zonder seks te leven.

    Als moslims redeneren dat een vrouw zich moet sluieren om zich tegen opgewonden mannen te beschermen, vinden we dat toch ook belachelijk? Dan zeggen we dat mannen heus wel zelfbeheersing hebben.

  2. Ja precies, die redenering klopt niet. Ook omdat kindermisbruik net zo goed wordt begaan door mensen die wel seksueel actief zijn. Aan het al of niet seksueel actief zijn ligt het dus niet. Maar men koppelt kindermisbruik en celibaat vaak al te graag aan elkaar, waarschijnlijk omdat men het celibaat niet kan of wil begrijpen. Heel raar eigenlijk, want celibatair leven getuigt juist van een grote mate van zelfbeheersing. Maar dat is dus kennelijk niet populair…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s