Een symptomatische brief?

.

Een week geleden ontstond in katholieke kringen grote ophef over een uitgelekte brief waarin aartsbisschop mgr. Eijk van Utrecht de bisschop van Groningen, mgr. De Korte, ervan beschuldigde zich tegen de afspraken in over bepaalde gevoelige kwesties uit te laten.

Helaas kregen ook de regionale en landelijke media hier lucht van en kwamen er koppen zoals bijvoorbeeld "Katholieke top op voet van oorlog" op de voorpagina van het Haarlems Dagblad van afgelopen maandag 12 april. Ook in de commentaren overheerst vooral de verbazing, over het feit dat nu de Katholieke Kerk zo onder vuur ligt vanwege de misbruikschandelen, de kerkleiding kennelijk vooral bezig is met interne ruzies uit te vechten.

Daags erna, op dinsdag 13 april, vond de maandelijke vergadering van de Nederlandse bisschoppenconferentie plaats. Het was voor die gelegenheid dat mgr. Eijk middels zijn brief het gedrag van mgr. De Korte aan de kaak stelde. Des te opmerkelijker daarom dat mgr. Eijk zelf niet bij die vergadering aanwezig bleek te kunnen zijn, vanwege een bezoek aan Brazilixc3xab

Na afloop werd verklaard dat de overige bisschoppen een constructief gesprek hadden gehad en dat ze de kwestie "in collegialiteit" willen afronden. Wat de zaak van de liederen van Huub Oosterhuis betreft werd verklaard dat het de verantwoordelijkheid van elke bisschop afzonderlijk is om te bepalen wat passend is voor de eredienst. Dat is wat mgr. De Korte ook stelde. Wat al of niet in een misboekje komt is iets anders dan wat een bisschop al of niet vanuit zijn herderlijke gezag voorschrijft.

Tenslotte heeft ook mgr. De Korte nog een reactie gegeven op de boze brief van de aartsbisschop. Hij verklaart deze als volgt: "Uit die toon blijkt dat de aartsbisschop en ik een geschiedenis hebben met elkaar en dat er wat oud zeer zit".

Vooralsnog zijn er dus nog geen koppen gerold. Maar de kwestie heeft wel weer een hoop onnodige schade veroorzaakt. Niet alleen aan het imago van de Kerk, maar ook aan de reputatie en integriteit van mgr. De Korte en aan gelovigen, die geschrokken zijn van de manier waarop hun herders kennelijk met elkaar menen te moeten omgaan.

Er mag dan oud zeer tussen mgr. Eijk en mgr. De Korte zitten, dat rechtvaardigt nog zeker niet de manier waarop de laatste nu beschuldigd is. De felheid daarvan doet denken aan de manier waarop begin jaren ’90 de toenmalige bisschop van Rotterdam, mgr. Philippe Bxc3xa4r, werd weggewerkt. Ook hij uitte zich geregeld genuanceerder en ruimdenkender dan meer conservatieve katholieken wenselijk achtten.

Mijns inziens is het betreurenswaardig dat zulke geestelijken zo de mond gesnoerd wordt. De Katholieke Kerk kenmerkte zich niet alleen door een relatief grote pluriformiteit, zij is ook gebaat bij een levendige uitwisseling van gedachten. Dit hoeft geenszins een gevaar te zijn als we beseffen dat daar een eenheid in Christus en rondom paus en bisschoppen aan voorafgaat.

Toepasselijk in dit verband is de Latijnse spreuk die lange tijd, maar achteraf ten onrechte, aan de kerkvader Augustinus werd toegeschreven: In necessariis unitas, in dubiis libertas, in omnibus caritas, of vrijelijk vertaald: Waar nodig eenheid, bij twijfel vrijheid en in alles de liefde.

Het is bij totalitaire dictaturen en sektes dat iedereen exact hetzelfde dient te geloven, te denken en te praten. Dat is eigenlijk tegengesteld aan waar het Katholicisme voor staat, maar toch lijkt er ook binnen de Kerk een steeds grotere neiging in die richting. In het nieuwste nummer van De Groene Amsterdammer wordt dit, naast een te panische omgang met seksualiteit, ook gesignaleerd onder de noemer "Van volkskerk naar sekte".

Tenslotte loopt deze tendens in de Kerk, paradoxaal genoeg, parallel aan de seculiere ontwikkelingen. De manier waarop de aartsbisschop nu opereert doet sterk denken aan de manier waarop in de media en in de politiek, bijvoorbeeld, gepoogd werd om door een veel te strikt geinterpreteerde "eenheid van beleid"bepaalde ministers tot zwijgen te brengen, met als gevolg dat onlangs het kabinet Balkenende IV viel.

.

Lees ook het artikel van dr. Nelly Stienstra in het ND: Neiging tot denken in machtstermen

.

Advertenties

Vergelijken om te voorkomen

.

In mijn vorige log over de boze brief van aartsbisschop mgr. Eijk maakte ik een vergelijking met methoden van de Nazi- en Communistische dictaturen. Zoals te verwachten viel die vergelijking niet bij iedereen in goede aarde.

Het is vaak not done, om niet te zeggen een taboe, om vergelijkingen met de Nazi-dictatuur te maken (opvallend genoeg liggen de toch niet veel minder afschuwelijke Communistische dictaturen een heel stuk minder gevoelig).

Ik maak die vergelijkingen echter bewust wel. Namelijk omdat zulke totalitaire dictaturen hebben laten zien hoe zowel hele gewone als hele ontwikkelde mensen tot (meewerking aan) de meest vreselijke misdaden hebben kunnen overgaan.

Als we dat vergeten, dan zijn alle offers die in die tijd gebracht zijn vergeefs geweest en zijn we gedoemd om in herhaling te vallen. Niet in precies dezelfde, maar vermoedelijk wel in vergelijkbare vorm.

Daarom moeten we wat toen gebeurde blijven vergelijken met wat nu gebeurt en moeten we kijken of en in hoeverre dat wat we nu doen overeenkomt met dat wat men toen deed. Zijn er overeenkomsten, dan is dat een alarmsignaal om nog eens heel goed stil te staan bij waar we mee bezig zijn.

Bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog bestaat vaak de neiging om de misdaden van de Nazi-dictatuur als een absoluut kwaad voor te stellen, dat bijna van buiten de aarde op ons af is gekomen. Dat maakt het wellicht ook makkelijker "hanteerbaar": het is zo vreselijk, maar tegelijk zo exceptioneel en buitengewoon dat het ook ver van ons af staat.

De Joodse filosofe Hannah Arendt heeft na de oorlog echter laten zien hoe "gewoon" en routinematig de uitvoering van deze grote misdaden eigenlijk was. Het enorme kwaad van de Jodenmoord is niet radicaal, maar banaal, het is een optelsom van talloze kleine, op zich vaak tamelijk onschuldig lijkende activiteiten van mensen die zich nauwelijks verantwoordelijk achtten voor het vreselijk totaalresulaat.

Het is dus van groot belang om te blijven vergelijken met wat er onder de vreselijke dictatuur, niet alleen van de Nazi’s, maar ook van de Communisten, gebeurd is, om daarmee hopelijk te kunnen voorkomen dat we weer in herhaling zullen vallen.

.

Episcopale (on)collegialiteit

Eigenlijk wilde ik hier nog wat uitgebreider stilstaan bij de enorme ophef die er de afgelopen weken rondom de misbruikschandalen in de Kerk waren. Toevallig kwam daar echter het bericht tussendoor dat de aartsbisschop van Utrecht, mgr. Eijk, in een brief de media-uitlatingen van de bischop van Groningen, mgr. De Korte, over de gezangen van Huub Oosterhuis, scherp veroordeeld heeft.

Ook op internet is inmiddels een uitgelekt en schijnbaar origineel exemplaar van deze brief beschikbaar (in PDF).

Wat mij direct opviel was de kille, zakelijke en wereldlijke toon. De brief begint met het hoogst formele "Excellenties", waar je toch eigenlijk iets hartelijkers en collegialers zou verwachten. De aartsbisschop kan hierin nog een voorbeeld nemen aan de Romeinse wellevendheid, waarmee de paus brieven en encyclieken begint: "Vereerde medebroeders in het bisschopsambt!"

Even afstandelijk is de groet. Na een "U een Zalig Paasfeest toewensend verblijven" volgt geen "In Christus", zelfs geen "hartelijke groet", maar slechts een "vriendelijke groet" – zoals elke willekeurige burger zijn zakelijke correspondentie afsluit. (Overigens wel merkwaardig dat een Zalig Paasfeest wordt toegewenst, terwijl de brief op 6 april gedateerd is – 2 dagen na Pasen dus – of zou hier dan wel ruimhartig de hele Paasoctaaf bedoeld zijn?)

Alles wat daartussen staat is feitelijk 1 grote aanklacht tegen mgr. De Korte, inclusief citaten, data en artikelen uit het kerkelijk wetboek. Het betoog van mgr. Eijk klinkt als het requisitoir waarmee een officier van justitie een straf eist. Het is dat zulke brieven waarschijnlijk standaard ook naar de nuntius worden gestuurd, want anders zou je denken dat hiermee in Rome de afzetting van mgr. De Korte wordt bepleit. (gezien de communicatieve problemen aldaar is het overigens goed denkbaar dat dat wel zo zal worden opgevat).

De brief ademt een boosheid en een hooghartigheid, die doet denken aan hoe met dissidenten werd omgegaan tijdens dicturen zoals die van de Nazi’s en de Communisten: uitspraken worden letterlijk geciteerd en standpunten worden op cynische wijze buiten de orde geplaatst (de bisschoppenconferentie zou geen parlement zijn en een bisschop geen partijleider).

Het was uiteraard de bedoeling dat deze brief binnenskamers bleef, maar dat maakt het eigenlijk alleen nog maar erger. Als publiekelijke verklaring zou je je deze tekst nog kunnen voorstellen, maar als vertrouwelijk schrijven naar collega’s is het niets meer of minder dan een dolk in de rug. De termen die richting mgr. De Korte worden gebezigd ("Wat wij bijzonder laakbaar achten", "op stuitende wijze", "verontrust ons des te meer" en "Omdat het risico zich aftekent dat dit een patroon wordt") laten hem geen enkele ruimte meer.

Zulke kwesties bespreek je face to face en zet je niet als een aanklacht op schrift. Daarnaast is de toon van de brief ook richting de andere bisschoppen erg belerend, alsof zij dat niet weten wordt bijvoorbeeld uitgelegd wat de taak van de censoren is.

Ikzelf sta er (helaas wederom) versteld van, dat onze kerkleiding zo amateuristisch te werk gaat. Amateuristisch vooral in de zin van geforceerd professioneel – wat dus niet professioneel is. En dan te bedenken dat religieuze leiders liefst nog boven het reguliere professionele zouden moeten uitstijgen – een houding die we nog altijd een beetje kunnen proeven uit de eerdergenoemde Romeinse hoffelijkheid.

Tenslotte is het te hopen dat de mainstream-media hier geen brood in zien, want als ze deze kwestie afzetten tegen de ophef over het seksuele misbruik, dan kunnen buitenstaanders niet anders dan concluderen dat de Kerk inderdaad een dictatuur is…

Wederom wisselvalligheden

In de aanloop naar Pasen was de Katholieke Kerk dit jaar het gesprek van de dag. Daarover later meer. Hier zal ik, traditiegetrouw, even ingaan op wat er ceremonieel gezien in Rome opviel.

Wisselvallig
Ik begin met dat wat de allermeeste mensen gezien hebben, namelijk de zegen Urbi et Orbi. Zoals ik in eerdere logs al beschreef is de "presentatie" daarvan sinds het aantreden van Benedictus XVI uiterst wisselvallig geworden. Ook deze keer verscheen de paus wederom anders dan vorige keren:



Paus Benedictus XVI, in barok kazuifel en met zijn nieuwe kruisstaf,
na het uitspreken van de zegen Urbi et Orbi voor Pasen 2010.

Anders
Ging Benedictus XVI bij het uitspreken van het Urbi et Orbi afgelopen Kerstmis nog gekleed in de traditionele pauselijke koorkledij met rode mozetta en staatsiestola, deze keer verscheen hij in het liturgisch gewaad waarin hij voorafgaand de mis op het Sint-Pietersplein had opgedragen.

Scheiding
Dit was tot enkele jaren geleden gebruikelijk, maar onder paus Benedictus XVI werd dat bewust veranderd met de bedoeling een duidelijke scheiding tussen de misviering en de zegen aan te brengen. Daartoe werd onder meer een verschil in kledij (her)ingevoerd, zodanig dat de paus voor de zegen nu voortaan in koorkledij zou verschijnen.
Zoals ik eerder beschreef ging dat allemaal niet erg consequent en ook nu is dus weer van de ingezette lijn afgeweken. Naar verluid zou de reden zijn dat de mis uitliep, waardoor er te kort tijd was om de paus om te kleden. Hoe dit ook zij, van het gewenste heldere onderscheid komt zo maar weinig terecht.

Kruisstaf
Dit keer was Benedictus XVI voor de tweede keer bij zulke gelegenheid zichtbaar met zijn nieuwe kruisstaf (de ferula), die hij bij het begin van het nieuwe kerkelijke jaar, op de eerste adventszondag van 2009, in gebruik heeft genomen.

Kazuifel
Wel voor het eerst verscheen hij dit jaar in een kazuifel in barokke stijl, dat wil zeggen vrij kort en langwerpig van vorm, ook wel het Romeinse model genaamd. Deze stijl was algemeen gebruikelijk totaan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), maar werd sindsdien vervangen door wijdere, cirkelvorminge kazuifels.
Paus Benedictus heeft de oude vorm eerder al weer in gebruik genomen, verscheen er meermalen mee bij de Goede Vrijdag-vieringen, maar bij mijn weten is het de eerste keer dat hij bij de mis voor Kerst of Pasen in een barok kazuifel optreedt.

Gebaar
Tenslotte nog een klein liturgisch detail: tijdens de paasnachtmis droeg de paus een mijter waarop ter versiering duidelijk twee davidssterren waren aangebracht. Dit moet wel bedoeld zijn geweest als een gebaar richting de Joden, nadat de Predikant van het Pauselijk Huis, Raniero Cantalamessa, de huidige aanvallen richting de Kerk had vergeleken met anti-semitisme. Dit riep vele woedende reacties op, maar Cantalamessa heeft hiervoor inmiddels zijn excuses aangeboden.
De ongelukkige woordkeus van Cantalamessa doet meteen denken aan wat kardinaal Simonis een paar weken geleden over de gevallen van misbruik zei: "wir haben es nicht gewusst".

Zie ook
Mijn eerdere logs over de ornamentele wisselvalligheden:
Kerstmis 2009 (Kerst 2009)
Ornamentele onrust (Kerst 2008)
De pauselijke staf en andere wisselvalligheden (Pasen 2008)
Opmerkelijke ornamenten (Kerst 2007)

Pasen 2010

Pasen 2010 –

Voor het begin van de hoogmis op het Sint-Pietersplein nam kardinaal-staatssecretaris Angelo Sodano onverwacht het woord voor een korte toespraak. Daarin betuigde hij, namens de gehele geestelijkheid, steun aan de paus en zei onder meer: "Met u is ook het volk van God, dat zich niet laat imponeren door het geklets van het moment of door de beproevingen waardoor de gemeenschap van gelovigen soms getroffen kunnen worden." – duidelijk naar aanleiding van de vele kritiek die er de afgelopen tijd richting de paus is naar aanleiding van seksueel misbruik door katholieke geestelijken.

Opvallend was verder dat de paus tijdens de mis geen preek hield, ook een unicum. Mogelijk komt dit door zijn gezondheid, want Benedictus leek zwak en tamelijk apathisch voor zich uit te kijken.

Bij de zegen Urbi et Orbi na afloop leek de paus al weer wat levendiger, maar toch repte hij met geen woord over de misbruikschandalen.



Paus Benedictus XVI, in barok kazuifel en met zijn nieuwe kruisstaf,
na het uitspreken van de zegen Urbi et Orbi voor Pasen 2010.

Links
Verwarring in het Vaticaan

Misbruik en celibaat: de cijfers

Na eerdere schandalen in de Verenigde Staten, Ierland en Duitsland is de afgelopen maanden ook in Nederland grote ophef ontstaan over seksueel misbruik door katholieke geestelijken.

Ongenuanceerd
Voor menigeen en vele media was en is dit weer een zoveelste gelegenheid om de Katholieke Kerk op de meest ongenuanceerde manier weg te zetten. Zonder veel nadenken en zonder veel onderzoek worden de misbruikgevallen binnen de kerkelijke instellingen ook nu weer aan het celibaat toegeschreven.

Celibaat?
Er bestaan echter diverse onderzoeken die laten zien dat het celibaat niet de hoofdoorzaak van seksueel misbruik is en dat misbruik binnen de katholieke Kerk niet vaker voorkomt dan daarbuiten. Diverse van zulke onderzoeken staan genoemd in een interessant artikel van Dirk Vlasblom dat op 20 maart j.l. in het NRC verscheen, maar dat nog valt na te lezen op de website www.blikopdewereld.nl:

1990
De Amerikaanse psychotherapeut Richard Sipe schatte in 1990, op basis van zijn klinische ervaring, dat 2 procent van de priesters pedofiel gedrag vertonen en nog eens 4 procent seksuele belangstelling aan de dag leggen voor minderjarige meisjes en jongens na de puberteit.

1993
De Amerikaanse psychologen John A. Loftus en Robert Camargo publiceerden in 1993 onder de titel Treating the Clergy de resultaten van hun onderzoek onder 1.322 priesters en kloosterbroeders. Van hen rapporteerde 27,8 procent dat ze wel eens seks hadden met een volwassen vrouw en 8,4 procent gaf toe wel eens seksueel getint contact te hebben gehad met een minderjarige van onder de 18.

1999
In 1999 verscheen het boek Bless me father, for I. have sinned – Perspectives on Sexual Abuse Coinmitted by Roman Catholic Priests van Thomas Plante, hoogleraar psychologie aan Santa Clara University en universitair hoofddocent psychiatrie aan de Stanford School of Medicine.
Hij maakt uit zijn onderzoek op dat tot 5 procent van de Amerikaanse priesters seks heeft gehad met iemand onder de 18. Volgens Plante wijkt dit cijfer niet af van andere, niet-celibataire kerkgenootschappen en ligt het lager dan dat van de mannelijke bevolking als geheel, dat hij houdt op 8 procent.

2002
In januari 2002 publiceerde het dagblad The Boston Globe een reeks gevallen van ernstig en langdurig misbruik van minderjarigen in het aartsbisdom Boston. Het was een onthutsende illustratie van wat, Plante ‘mismanagement’ noemt.
Exc3xa9n priester kon dertig jaar lang zijn gang gaan met kinderen onder zijn hoede. Als hij werd betrapt, werd hij overgeplaatst naar een andere parochie. De krant vond 130 van zijn slachtoffers en reconstrueerde de kerkelijke doofpotpraktijk. Het was deze publicatie die een lawine van andere onthullingen losmaakte.

2004
Naar aanleiding van bovengenoemde publicatie liet de Amerikaanse bisschoppenconferentie (USCCB) een grootschalig en onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de aard en omvang van seksueel misbruik van minderjarigen door de geestelijkheid. Dit werd gedaan door het John Jay College of Criminal Justice van de City University of New York.
In het eindverslag uit 2004 staat dat in de periode tussen 1950 en 2002 in totaal 10.667 personen een klacht bij de Katholieke Kerk hebben ingediend wegens seksueel misbruik. Daarvan bleven er bij nader onderzoek 6.700 overeind en die hadden betrekking op 4.392 priesters, dat wil zeggen 4 procent van alle 109.694 priesters die actief waren in de onderzoeksperiode.

2010
De Berlijnse gerechtspsychiater Hans-Ludwig Krober stelde naar aanleiding van de nieuwste gevallen in Duitsland, dat tussen 1985 en 2000 bij de Duitse politie 94 gevallen van misbruik van minderjarigen door katholieke priesters zijn gemeld. Daarvan hadden 30 gevallen geleid tot een veroordeling.
In heel Duitsland werden in diezelfde periode 210.000 aangiften gedaan van seksueel misbruik van minderjarigen en die leidden tot 2.500 veroordelingen.
Het aandeel van geestelijken in de gemelde gevallen van misbruik in die jaren zou dan neerkomen op ca. 0,045 procent, hun aandeel in de veroordelingen op 0,08 procent.

Vergelijking
Het is lastig om deze cijfers van misbruik binnen de Katholieke Kerk te vergelijken met die van misbruik binnen andere groepen waarin intensief contact met minderjarigen bestaat. Dit om de eenvoudige reden dat er (nog) nauwelijks onderzoek naar gedaan is. Wel geven de volgende onderzoeken een indicatie:

Padvinderij
De Amerikaanse journalist Patrick Boyle deed onderzoek in de archieven van de padvinders en publiceerde daarover in 1994 het boek Scout’s Honour: – Sexual Abuse in Antierica’s most trusted institution. In de periode tussen 1971 en 1989 werden 416 leiders (hopmannen en vaandrigs) van de padvinderij ontslagen wegens seksueel misbruik. Boyle vond voor die periode 1.151 aanklachten. In de onderzochte periode telde de padvinderij 1 miljoen vrijwillige leidinggevenden. 

Middelbare scholen
In 2004 verscheen het verslag van een uitgebreid literatuuronderzoek naar seksueel wangedrag op Amerikaanse openbare scholen onder de titel Educator Sexual Misconduct: A Synthesis of Existing Literature. Opdrachtgever was het ministerie van Onderwijs, onderzoeker was onderwijssocioloog Charol Shakeshaft van Hofstra University.
Zij schatte dat in de periode tussen 1991 en 2000 zo’n 290.000 middelbare scholieren enigerlei seksueel misbruik hebben ondervonden van een docent of staflid, varixc3xabrend van ongewenste aanrakingen door en naakt poseren voor een leraar tot verkrachting.

Hoe groot de aantallen van misbruik bij al dan niet kerkelijke instellingen en organisaties ook mogen zijn, feit is dat het meeste misbruik van kinderen nog altijd plaatsvindt in de gezins- of familiesfeer – en dat is eigenlijk nxc3xb3g triester…

Uiteraard valt over deze uitermate treurige kwestie nog heel veel meer te zeggen, maar het is goed om daarbij in elk geval uit te gaan van de realiteit, zoals die uit bovengenoemde cijfers blijkt.

Links:
– Het artikel van Dirk Vlasblom: Knellende boorden
– Op een Duitse weblog: Zxc3xb6libat – Ein Grund fxc3xbcr Missbrauch?

.