Misgebruiken

In de afgelopen kerstnacht heb ik, samen met vele reguliere en incidentele kerk- gangers, de kerstnachtmis bijgewoond. In de kerk waar ik was is de liturgie altijd goed verzorgd, dus in deze log zal ik het niet hebben over de bekende liturgische misbruiken, maar over wat minder gewichtige misgebruiken, waar toch ook iets over te zeggen valt.

Houding
Het eerste wat me ook deze keer weer opviel is dat er zoveel verwarring was over wanneer men dient te gaan staan of te knielen. Het is logisch dat mensen die alleen met Kerstmis in de kerk komen dat niet precies weten, maar gek genoeg lijken ook de vaste kerkgangers hierin niet het "goede voorbeeld" te kunnen geven…
Daarom zou het wel goed zijn als in de misboekjes vermeld zou worden wanneer de mensen moeten staan en wanneer er geknield dient te worden. Wanneer men de misboekjes zelf samenstelt is dit eenvoudig te regelen. Zo niet, dan zou xc3xa9xc3xa9n van de voorgangers, de cantor of de koster dit op subtiele wijze kunnen aangeven.
Duidelijke richtlijnen hiervoor zouden bij de incidentele kerkgangers het ongemak- kelijke gevoel wegnemen, dat ze vaak hebben omdat ze niet weten "hoe het hoort". Bovendien draagt het natuurlijk bij aan de waardigheid van de viering.

Collecte
Een ander punt dat me opvalt is dat sommige mensen ook bij zulke grote vier- ingen als met Kerstmis zo weinig in de collecteschaal werpen. Katholieken hebben doorgaans het gebruik om de collecte op te halen in schalen. Protestanten doen dat meestal in een zakje aan een stok. Bij hen kan daarom niemand zien (of horen!) wat je erin gooit, maar bij katholieken is het vrij goed zichtbaar.
Dat zal misschien niet iedereen even prettig vinden, maar het zou er toch toe moeten bijdragen dat de mensen meer geven, al was het maar om niet bij de anderen achter te blijven…
Maar helaas blijkt de typisch Nederlandse krenterigheid vaak sterker dan de neiging tot conformisme en weerhoudt zelfs een open schaal met ruimschoots bankbiljetten erin, mensen er niet van om er een paar schamele munten in te werpen…

Communie
Een heikel punt bij de kerstnachtviering (maar ook bij huwelijke of uitvaarten) is altijd de communie. Dit vanwege het feit dat er dan ook mensen zijn die norma- liter niet in de kerk komen of zelfs helemaal niet katholiek zijn. Als het goed is, dan zal de priester vooraf vragen of deze mensen zich, uit respect voor het Heilig Sacrament, van deelname aan de communie willen onthouden. Zo ook in de mis waaraan ik deelnam.
Echter werd dat niet erg concreet gemaakt en dat is juist weer voor de incidentele kerkgangers erg verwarrend. Vooral kunnen sommigen het als nogal stigmatise- rend ervaren om als xc3xa9xc3xa9n van de weinigen te (moeten) blijven zitten, terwijl de meeste anderen naar voren lopen.
Dit zou goed opgelost kunnen worden wanneer de priester zou zeggen dat deze mensen ook naar voren kunnen komen, maar op het moment wanneer zij aan de beurt zijn, hun armen gekruist voor de borst te houden, om zo aan te geven dat zij de communie niet willen ontvangen. Dit is op verschillende plaatsen gebruikelijk en voorkomt dat deze mensen twijfelen over wat te doen en/of alleen moeten blijven zitten.

Vierde zondag van de Advent

Vandaag is de vierde en laatste zondag van de Advent. De vierde kaars wordt aangestoken:

De evangelielezing voor vandaag luidt:

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas (1,39-45):
In die dagen ging Maria op weg, en spoedde zich het bergland in, naar een stad van Juda.
Ze kwam in het huis van Zakarias, en begroette Elisabet.
Toen Elisabet de groet van Maria vernam, sprong het kind op in haar schoot, en werd Elisabet van den Heiligen Geest vervuld.
Met luider stem hief ze aan: Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot!
Wat valt mij te beurt, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
Want zie, zodra de klank van uw groet mij in de oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij, die geloofd heeft; want wat haar namens den Heer is gezegd, zal worden vervuld.

En vanavond is het meteen ook al Kerstavond!

Toegangskaarten

Het is weer bijna Kerstmis en dan zullen weer veel mensen de kerstnachtmis bezoeken. Bij steeds meer kerken worden daarvoor de laatste jaren echter kerken toegangskaarten verplicht gesteld. Daarbij gaat het niet om het geld, want de kaarten zijn meestal gratis af te halen, maar om het beperken van het aantal kerkgangers. In deze log zal uitleggen waarom ik dit eigenlijk een schande vind…

Regels
Na de cafxc3xa9ramp in Volendam rond de jaarwisseling van 2000 naar 2001 is de brandweer namelijk gaan bepalen hoeveel mensen zich er in een bepaalde ruimte mogen bevinden. Dit met het oog op de veiligheid en de vluchtmogelijkheden voor het geval er brand uitbreekt.
Kerkgebouwen zijn sindsdien ingedeeld in de categorie "evenementen", waar ook uitgaansgelegenheden als discotheken en bioscopen onder vallen. Dat heeft tot gevolg dat er zeer strenge regels gelden, wat voor kerken betekent dat er allerlei voorzieningen aanwezig moeten zijn en er maar een beperkt aantal mensen in aanwezig mogen zijn. Voor grote kerkgebouwen betekent dit dat er veel minder mensen in mogen, dan er in kunnen, soms zelfs minder dan de helft!

Onredelijk
De kerken hebben hiertegen ook al heftig geprotesteerd en voeren daarbij onder meer aan dat kerkgebouwen natuurlijk niet te vergelijken zijn met disco’s of andere uitgaansgelegenheden. Grote kerken zijn immers van steen, hoog en ruim en bevatten weinig brandbare materialen. Bovendien komen en gaan de mensen er in alle rust en vinden er nauwelijks risicovolle dingen plaats.
Desondanks blijft de brandweer onverbiddelijk en zijn soms gewoon harde onder- handelingen nodig om wat meer mensen te mogen toelaten. Dit waarschijnlijk vanwege de welhaast panische angst die lokale overheden tegenwoordig hebben om verantwoordelijk te worden gesteld voor het geval er iets mis mocht gaan en de hele natie zich over hen heen stort, iets wat we bij elke ramp weer zien ge- beuren…

Schande
Uiteraard is (brand)veiligheid van groot belang, maar in dit geval wordt het tot in het onredelijke overdreven, met haast schandelijke gevolgen voor de Kerk. Want door de eis dat er maar een beperkt aantal mensen in een kerkgebouw mogen en er daarvoor dus (kennelijk) kaartjes uitgegeven moeten worden, worden veel mensen weerhouden om aan zulk een belangrijke mis als met Kerstavond deel te nemen!
Nu zou men kunnen tegenwerpen dat er met Kerst ook veel mensen komen, die anders nooit naar de kerk gaan, maar:
1. wij mogen hen niet geringschattender behandelen dan de reguliere kerkgang- ers, want daarmee zouden we geen recht doen aan hun oprechte goede wil;
2. het uitgeven van kaartjes beperkt ook de plaats voor mensen die wel regel- matige bezoekers zijn, want bij de uitgifte wordt doorgaans geen onderscheid gemaakt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt…

Open!
Bovendien worden door het kaartjessysteem de "zwakste" mensen het meest benadeeld: mensen die de aankondigingen ervan ontgaat, mensen die in de hectiek vergeten kaartjes te halen, mensen die niet in de gelegenheid zijn om kaartjes te halen, mensen die pas op het allerlaatste moment besluiten toch naar de kerstmis te gaan en er dan niet in mogen…
Speciaal met Kerstmis vind ik dat we dit niet kunnen maken omdat het compleet indruist, niet alleen tegen de Kerstboodschap, maar ook tegen het wezen van de Kerk zelf, die als een Vader ten allen tijde open moet staan voor elke verloren zoon en elke verloren dochter!

Jammer
Daarom vind ik het bijzonder jammer dat de Kerk zich zo makkelijk onder deze bekrompen regels schikt. Goed, de kerkbesturen hebben ongetwijfeld hun ui- terste best gedaan om meer mensen te mogen toelaten, maar ik had graag ge- zien dat de Kerk zich hier eens "burgerlijk ongehoorzaam" zou tonen, net zoals zij soms wel doet wanneer onderdak wordt geboden aan uitgeprocedeerde vluchtelingen.
Net als bij de Kerstviering is immers ook daarbij een zeer wezenlijke taak van de Kerk in het geding: een morele en godsdienstige taak die belangrijker is dan de gehoorzaamheid aan zeer beperkte burgerlijke regelgeving, die dan ook best eens opzij gezet zou mogen worden om de relativiteit daarvan eens te benadrukken!

(Zie over dit onderwerp ook een artikel in Trouw)

Canonieke graden

Op 7 december j.l. kwam onverwacht het bericht dat de theologische faculteit van de Radboud Universiteit in Nijmegen van het Vaticaan geen wetenschappelijke canonieke graden meer mag verlenen.
Dit omdat de faculteit in gebreke zou zijn gebleven om haar statuten aan de be- treffende kerkelijke richtlijnen aan te passen (zie als reactie hierop een brief van de decaan van de theologische faculteit).
Hoewel dit bericht overal te lezen was, is er nergens bij vermeld wat deze cano- nieke graden nu precies zijn of inhouden. Dat zal ik daarom in deze log doen.

Titels
Net zoals Nederlandse universiteiten de titels van bachelor (in plaats van de vroegere propedeuse), master (vroeger doctorandus of meester), doctor en professor verlenen, zo zijn er ook kerkelijke wetenschappelijke titels. Deze zijn, van laag naar hoog: baccalaureaat, licentiaat, doctor, magister en professor.

Deze kerkelijke of canonieke graden worden nader per wetenschapsgebied gepreciseerd en luiden dan, met bijbehorende afkortingen, als volgt:

Rechten:
Baccalaureaat in het canoniek recht (Lat.: Juris Canonici Baccalaureus – JCB)
Licentiaat in het canonieke recht (Juris Canonici Licentiatus – JCL)
Doctor in het canonieke recht (Juris Canonici Doctor – JCD)

Filosofie:
Doctor in de filosofie: (Lat.: Philosophiae Doctor – PhD)

Theologie:
Baccalaureaat in de hl. theologie (Lat.: Sacrae Theologiae Baccalaureus – STB)
Licentiaat in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Licentiatus – STL)
Doctor in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Doctor – STD)
Magister in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Magister – STM)
Professor in de heilige theologie (Sacrae Theologiae Professor – STP)

Verouderde graden:
Baccalaureaat in beide rechten (Lat.: Juris Utriusque Baccalaureus – JUB)
Licentiaat in beide rechten (Juris Utriusque Licentiatus – JUL)
Doctor in beide (canoniek en civiel) rechten (Juris Utriusque Doctor – JUD)
…en:
Licentiaat in de Heilige Schrift (Lat.: Licentiatus Sacrae Scripturae – LSS)
Doctor in de Heilige Schrift (Doctor Sacrae Scripturae – DSS)
Doctor in de Goddelijkheid (Divinitatis Doctor – DD)

—————————-

Baccalaureaat
De theologische baccalaureaatsstudie duurt 5 jaar, of 3 jaar indien de student reeds 2 jaar een filosofische studie heeft gevolgd. Het baccalaureaat wordt, ondanks de lange duur, gelijkgesteld met de Nederlandse mastertitel.

Licentiaat
Wie voor het baccalaureaat geslaagd is kan doorgaan met het licentiaat dat 2 jaar duurt en afgesloten wordt met het schrijven, verdedigen en publiceren van een theologische verhandeling. Het licentiaat komt overeen met de Nederlandse mastertitel.
Het licentiaat in de theologie (STL) is vereist om theologie te mogen doceren aan een seminarie, hoewel vele docenten doorgaans doctor in de theologie (STD) zijn. Ook voor de benoeming tot vicaris-generaal of (hulp)bisschop is een licenti- aat in de theologie wenselijk.
Het licentiaat in het canoniek recht (JCL) is vereist om benoemd te kunnen word- en als lid van een diocesane kerkelijke rechtbank.

Doctor
Heeft men het licentiaat behaald, dan kan men door het schrijven, verdedigen en publiceren van een theologisch proefschrift de graad van doctor behalen. Deze kerkelijke graad komt overeen met de Nederlandse doctorstitel.
Het doctoraat in de theologie (STD) is vereist om les te mogen geven aan een katholieke universiteit of faculteit.
Het doctoraat in het canoniek recht (JCD) zal vereist zijn voor de leden van de tribunalen (gerechtshoven) van de Romeinse Curie.

Magister
Wie eenmaal de graad van doctor heeft verworven kan tenslotte door het schrij- ven, verdedigen en publiceren van een magistraal proefschrift de graad van magister verwerven. Deze graad kent geen vergelijkbare Nederlandse titel.
Van de weinige Nederlanders die deze hoge graad verworven hebben, noem ik hier:
– prof.mag.dr. E.C.F.A. Schillebeeckx (hoogleraar theologie)
– mag.dr. J. Hermans (secretaris van de Nationale Raad voor de Liturgie en docent aan de seminaries van de bisdommen Roermond en Haarlem)
– prof.mag.dr. L.J. Elders (hoogleraar filosofie en theologie)

Professor
De graad of titel van professor wordt verleend aan hen die als hoogleraar benoemd worden op een kerkelijke of door de Kerk erkende universiteit of faculteit. Dit is overeenkomstig het gebruik aan de Nederlandse universiteiten.

Verlening
De meest voorkomende kerkelijke graden of titels zijn het baccalaureaat (STB), het licentiaat (STL) en het doctoraat (STD) in de theologie. Zo verleende de Rad- boud Universiteit het baccalaureaat en het licentiaat, zij het zeer zelden en dan nog alleen aan priesters of priesterstudenten.
De Katholieke Universiteit Leuven mag bovendien ook nog de graden van doctor en magister verlenen (zie daarover Canoniekrechtelijke Graden).
Het baccalaureaat in de theologie mag ook verleend worden door de seminaries van de bisdommen Roermond (Rolduc) en Haarlem (het Willibrordhuis), die door Rome alszodanig erkend zijn.

Erkenning
De kerkelijke titels of graden mogen verleend worden door kerkelijke universiteiten en seminaries, alsmede door openbare universiteiten of faculteiten die daartoe bevoegd zijn op grond van een erkenning door de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding. Om voor zo’n erkenning in aanmerking te komen moet de betreffende instelling voldoen aan de vereisten zoals die zijn vermeld in de apostolische constitutie Sapientia Christiana uit 1979.

Derde zondag van de Advent

Vandaag is de derde zondag van de Advent. De derde kaars wordt aangestoken:

De evangelielezing voor vandaag luidt:

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas (3,10-18):
De mensen vroegen hem: xe2x80x98Wat moeten wij dan doen?xe2x80x99 Hij gaf hun ten antwoord: xe2x80x98Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft, en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen.xe2x80x99  Ook tollenaars kwamen zich laten dopen en zeiden: xe2x80x98Meester, wat moeten wij doen?xe2x80x99   Tegen hen zei hij: xe2x80x98Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.xe2x80x99 Ook soldaten stelden hem de vraag: xe2x80x98En wij, wat moeten wij doen?xe2x80x99 Tegen hen zei hij: xe2x80x98Pers niemand geld af, ook niet onder valse voorwendsels, maar wees tevreden met uw soldij.xe2x80x99
Het volk leefde in gespannen verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes niet de messias was, maar Johannes gaf hun allen ten antwoord: xe2x80x98Ik doop u met water. Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur. De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer op te ruimen; het graan verzamelt Hij in zijn schuur, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.xe2x80x99
Zo en op vele andere manieren verkondigde hij met klem aan het volk de goede boodschap.

Graalverhalen

Velen zullen weleens gehoord hebben van de heilige Graal: de kelk van het laatste Avondmaal, zoals die voorkomt in diverse mythische verhalen.
Wat velen echter niet weten, is de precieze achtergrond van deze verhalen en ook niet welke invloed die verhalen tot op de dag van vandaag hebben.

Da Vinci Code
Zo draaien bijvoorbeeld het zeer populaire, maar omstreden boek en de dito film “De Da Vinci Code” van Dan Brown, om de zoektocht naar de heilige Graal.
Daarbij worden allerlei halve waarheden en hele verzinsels aaneengeregen tot een zeer spannende thriller, waarin de heilige Graal uiteindelijk wordt voorgesteld als het nageslacht, dat voortgekomen zou zijn uit een geheim huwelijk van Jezus met Maria Magdalena. Mede omdat dit nageslacht via de vrouwelijke lijn zou lopen, zou de ontdekking van deze zogenaamde Graal de hele traditionele leer van de Katholieke Kerk omverwerpen.

Traditie
Dan Brown mag dan een rijke fantasie hebben, in zijn keuze voor een zoektocht naar de Graal was hij bepaald niet origineel, sterker nog, hij staat daarmee in een lange en oude traditie die parallel loopt aan die van het Katholicisme zelf.
Directe voorgangers van Dan Browns boek zijn de film “Indiana Jones and the Last Crusade” uit 1989 en vooral een inmiddels in vergetelheid geraakt boek getiteld “The Holy Blood and the Holy Grail” van M. Baigent, R.Leigh en H. Lincoln uit 1982. Ook dat boek was, net als de Da Vinci Code een internationale bestseller met een mix van geschiedenis, fantasie en esoterie, waarmee een door de Kerk onderdrukte stroming of zelfs verborgen waarheid wordt gesuggereerd.

Ontwikkeling
Nadat de oorspronkelijke graalverhalen na de Middeleeuwen allengs in vergetelheid waren geraakt, werden ze tijdens de 19e eeuwse Romantiek weer op grote schaal populair. Gedurende de 20e eeuw werden dit onderwerp op een steeds toegankelijkere manier uitgewerkt, bijvoorbeeld in een bekend stripverhaal als dat van De Rode Ridder. Met de secularisatie in de jaren ’60 komt ook de graalthematiek geheel los van haar religieus-historische context en wordt die verwerkt in films en boeken zoals hierboven genoemd.
Daarin worden dan de legenden over de Graal gecombineerd met allerhande spirituele en esoterische thema’s en met echte en vermeende historische mysteries (over Maria Magdalena, de Katharen, Tempeliers, Alchemisten, Rozenkruizers, Vrijmetselaars, New Age, etc.) vermengd op een manier die doet voorkomen alsof dit alles behoort tot één grote, maar door de officiële Kerk angstvallig onderdrukte en daardoor verborgen gebleven heilsleer…

Inspiratie
Het eerste verhaal waarin de Heilige Graal een rol speelt, is de Graalroman die geschreven werd door Chrétien de Troyes, die eerder al (rond 1170) een Arthur- roman schreef over de beroemde, maar legendarische Keltische leider, later koning genoemde, Arthur.
Waar bij de vroegere Arthurverhalen nog de ridderlijke idealen van trouw en hoofsheid (gepersonificeerd door de ridder Walewein) centraal staan, worden deze in de Graalroman tegenover de hogere christelijke idealen (gepersonificeerd door de ridder Perceval) geplaatst, die via een zgn queeste, een daadwerkelijke, maar tegelijk ook innerlijke pelgrimstocht bereikt kunnen worden.
Uit een op die wijze verworven geloof kunnen dan niet alleen de wereldlijke idealen van de ridderlijkheid, maar ook de christelijke idealen van naastenliefde en godsvrucht beoefend worden.


Afbeelding uit een 14e eeuws Frans handschrift
van de graalroman van Chrétien de Troyes

Relativering
De Graalroman van Chrétien de Troyes is onvoltooid gebleven, wat het mogelijk maakte dat er in de late 12e eeuw door diverse auteurs meerdere vervolgverhalen en aanvullingen op geschreven zijn. Daarin zien we echter een relativering van de ridderlijke idealen, in die zin dat deze nu bijna volledig plaats moeten maken voor de hogere christelijke idealen.
Zo wordt in de Roman van Perchevael de Graal geheel gekerstend door deze voor te stellen als de beker van het laatste Avondmaal, waarin Jozef van Arimathea bij de kruisiging ook Christus’ bloed zou hebben opgevangen. Dit past in het kader van een breder gevoeld heimwee naar de vroegste christelijke Kerk.

Afwijzing
Nog verder gaat de Queeste del Saint Graal uit het begin van de 13e eeuw. Daarin is de boodschap dat alleen de uitverkoren ware Graalridder waardig is om de Heilige Graal te bereiken. Hiertoe moet hij vele beproevingen doorstaan en alle wereldse zaken achter zich laten. De in eerdere romans nog zo gewaardeerde ridderlijke deugden worden daarbij als ontoereikend voorgesteld en wordt eer als ijdelheid en liefde als wellust afgeschilderd.
De tafelronde van koning Arthur wordt een symbool voor de hele mensheid, die geroepen is zich op pelgrimstocht naar het hemelse Jeruzalem te begeven. Daar eindigt de queeste dan in een mystieke graalervaring.

Verwereldlijking
Tenslotte kwamen er in de 13e eeuw ook vertalingen van en aanvullingen op Chrétiens Graalroman in het Middelnederlands (het Middeleeuwse Nederlands), waaronder één door de beroemde geleerde Jacob van Maerlant.
In deze Middelnederlandse teksten wordt afstand genomen van de haast onbereikbaar hoge zedelijke eisen en de wereldmijding uit de voorgaande romans. De wereldse ridderlijkheid en hoofse liefde komen weer centraal te staan, zonder dat die gerelativeerd wordt of verwijst naar hogere religieuze idealen. De boodschap is dat hoffelijkheid al voldoende is voor het vormen van een ware menselijke gemeenschap.

Weerspiegeling
De ontwikkeling die in de graalverhalen te zien valt, is een frappante weerspiegeling van de ontwikkelingen in het Christendom als geheel: van het in de begintijd naast elkaar bestaan van wereldlijke/heidense waarden en specifiek christelijke waarden, via een verschuiving van het zwaartepunt naar deze laatstgenoemde waarden, naar een exclusieve focus daarop, ten koste van alles wat als wereldlijk doorgaat.
Deze tendens valt onder meer te zien in het kloosterleven, in een lekenbeweging zoals die van de Moderne Devotie en in het Protestantisme. De eerstgenoemde fenomenen zijn altijd binnen het kader van de Katholieke Kerk gebleven, waardoor ze altijd naast meer wereldlijke, ridderlijke normen en waarden zijn blijven staan.

Heilloze wegen
Het Protestantisme heeft zich echter aan dat grote kader onttrokken, waardoor christelijke ascese, inkeer en godsvrucht los van hun omgeving kwamen. Hoe goed die dingen op zichzelf bezien ook mogen zijn, reeds de graalverhalen laten zien dat de volgende stap op die weg een verwereldlijking is, waarbij de christelijke idealen weer plaats moeten maken voor wereldlijke waarden. Precies dat heeft ook de geschiedenis laten zien: het Protestantisme heeft via de Verlichting de secularisatie tot gevolg gehad…
Tegelijk met deze grote ontwikkeling zijn ook de graalverhalen zelf losgekomen van hun religieuze context, waardoor ze zijn gaan dienen als basis voor allerhande esoterische (complot)theoriën die niet veel meer dan vrij primitieve sensatie- of zelfs wraakzucht dienen.