Krediet van het credo

Enkele maanden geleden verscheen van de hand van de Amsterdamse filosoof Ger Groot het boekje "Het krediet van het credo" bij uitgeverij SUN in Nijmegen.

In dit boekje komen in beknopte en helder geschreven hoofdstukken de religie in het algemeen, de manieren waarop de Bijbel gelezen kan worden, het onderscheid tussen protestantisme en Katholicisme en de plaats van religie in de seculiere samenleving aan de orde.

Meerwaarde
Ger Groot is van katholieke afkomst, maar noemt zichzelf nu athexc3xafst. Vanuit dat standpunt bekijkt hij in "Het krediet van het credo" de bovengenoemde onderwerpen vanuit een zuiver filosofisch perspectief.
Alszodanig gaat het hem daarom meer om het "krediet", om de meerwaarde die religie biedt, dan om het "credo", de inhoud van het geloof. Dit op zich is al een vooruitgang vergeleken bij vele andere ongelovigen en athexc3xafsten die doorgaans direct de geloofsinhoud proberen onderuit te halen, zonder eerst goed naar het fenomeen op zich te (willen) kijken…

Godsdienst
Want volgens Ger Groot ligt het belang van de religie in de eerste plaats in het fenomeen, in de uiterlijke handelingen, in het samen beleven van het geloof en het op die manier uitvoeren van de dienst aan God. God bestaat volgens hem dan ook omdat en voorzover er godsdienst is.
Dat klinkt misschien alsof God een verzinsel zou zijn, maar we moeten niet vergeten dat hier vanuit een zuiver filosofisch perspectief gekeken wordt, waarbij de grenzen van het denken in acht (moeten)worden genomen. Deze grens kan door de filosoof niet overschreden worden zonder in pseudo-religie te vervallen, maar wel door de gelovige. Die kan middels het godsdienstige ritueel, voor zichzelf, de grens van denken en geloven, van natuur en bovennatuur overschrijden.
Voor niet gelovige buitenstaanders kan het daarom heel goed zo lijken alsof God "slechts" voortkomt uit de gepraktiseerde godsdienst, terwijl voor de gelovige zelf het ritueel juist de uitdrukking is van zijn of haar geloof in God.

Onderscheid
Een ander belangwekkend punt is het onderscheid dat gemaakt wordt tussen protestantisme en Katholicisme. Het protestantisme leidt met zijn scheiding tussen individueel geloven (het geestelijke) en collectief samenleven (het wereldlijke) uiteindelijk tot een onverdraagzaam nihilisme, terwijl het Katholicisme altijd heeft geprobeerd individu en gemeenschap bijeen te houden.
Dat maakt het Katholicisme enerzijds halfslachtig, en minder consequent (in streng protestantse opvatting zelfs heidens), maar anderzijds wel menselijk en leefbaar. Protestanten volgen meer de letter van de Schrift, katholieken meer de geest…

Half
Hoewel dat onderscheid op zich juist is, wekt de beschrijving van Ger Groot de indruk alsof het protestantisme consequent christelijk en het Katholicisme maar een waterig aftreksel daarvan is. Dat is echter maar de halve waarheid, want de kenmerken van het protestantisme (zoals kennis van de Bijbel, persoonlijke devotie, gebedsleven, soberheid en godsvertrouwen) zijn natuurlijk ook binnen het Katholicisme aanwezig, met name in en vanuit het kloosterleven.
Maar daarbovenop biedt het Katholicisme nog veel meer. Het Katholicisme kent zowel strengheid als mildheid, zowel diep doorleefd als waterig geloof. Dat maakt dat het ook niet zo erg is dat er in het Katholicisme veel halfslachtigheid is en nog zoveel heidense gebruiken voortleven. Want doordat het Katholicisme zowel het zuiver als het onzuiver bijeenhoudt, kan het zuivere het onzuivere zuiveren en kan degene met een sterk geloof degene met een zwak geloof meetrekken!

Politiek
Het laatste hoofdstuk van "Het krediet van het credo" is gewijd aan de tegen- woordig volop in de belangstelling staande verhouding tussen kerk en staat, tussen geloof en politiek, tussen gelovigen en andersdenkenden. Ger Groot maakt duidelijk dat we daarbij een onderscheid moeten maken tussen de mens als staatsburger (citoyen) en de mens als maatschappelijk wezen (bourgeois).
Als staatsburger zijn we ten opzichte van de overheid allemaal gelijk en dient de overheid ons gelijk te behandelen. Maar als maatschappelijke wezens zijn we tegelijkertijd allemaal anders en ook dat dient de overheid te respecteren. Hieruit volgt onder meer dat de overheid haar neutraliteit goed moet bewaken (o.a. door uniformering van haar dienaren), maar deze neutraliteit ook weer niet aan de burgers mag opdringen, waardoor de maatschappelijke verscheidenheid in gevaar zou komen.

Al met al is "Het krediet van het credo" een boek dat niet heel gemakkelijk, maar wel allezins het lezen waard is!

Homohuwelijk??

De laatste jaren is het zgn. homohuwelijk xc3xa9xc3xa9n van de belangrijkste conflictpunten geworden tussen de Katholieke Kerk enerzijds en de sterk geseculariseerde westerse samenlevingen en hun vaak dito regeringen anderzijds.
Zo werden bijv. de onlangs in Valencia gehouden Wereldgezinsdagen overscha- duwd door wederzijdse irritaties tussen de Kerk en de Spaanse regering-Zapatero, die onlangs ook in dat land het "homohuwelijk" heeft ingevoerd (zie de eerdere log "Wereldgezinsdagen").

Contraproductief?
Het al of niet invoeren van een "homohuwelijk" is dan ook haast een prestigestrijd tussen Kerk en staat geworden: politieke partijen en regeringen die daarmee willen laten zien dat ze "ook modern, liberaal en verlicht" zijn, en de Kerk die nooit ofte nimmer haar visie op het huwelijk zal veranderen.
Hoezeer de leer van de Kerk ook de juiste is, toch is het de vraag of de Kerk er goed aan doet deze zaak zo hoog op te spelen. Gebleken is immers al dat een overheid zich nauwelijks was van de Kerk aantrekt en dat de kerkelijke protesten alleen maar de afkeer tegen de Kerk vergroten. Voor liberalen en homo’s is elk kerkelijk protest tegen het homohuwelijk weer een prachtige gelegenheid om de Kerk als dxc3xa9 allergrootste zondebok uit de wereldgeschiedenis af te schilderen.

Laten we daarom het "homohuwelijk" eens iets nauwkeuriger bekijken…

Terminologie
Allereerst de term "homohuwelijk". Deze term is weliswaar een populaire, maar geen correcte benaming van dit verschijnsel. Paradoxaal genoeg geeft dit woord ook voor de voorstanders ervan niet goed weer wat ze eigenlijk willen: namelijk dat ook mensen van gelijk geslacht gebruik kunnen maken van dezelfde wettelijke regeling, die voorheen slechts voor een man en een vrouw bedoeld was. De term "homohuwelijk" lijkt namelijk eerder te suggereren dat er sprake is van een apart soort huwelijk, naast het oude bekende huwelijk…
De correcte benaming voor het "homohuwelijk" luidt dan ook: "het voor paren van gelijk geslacht opengestelde huwelijk". In de wet is het geregeld in art. 30 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dat luidt: "Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van gelijk geslacht".

Overschrijding
Deze correcte omschrijving geeft weer wat er bij de invoering van een "homohuwelijk" dus eigenlijk gebeurt: de wetgever stelt het burgerlijke huwelijk open voor paren van gelijk geslacht. We kunnen heel goed stellen dat een overheid daarmee haar boekje te buiten gaat.
Het huwelijk zoals dat in de wet is geregeld, is weliswaar ‘slechts’ een burgerlijk huwelijk, dat wil zeggen heeft formeel gezien alleen betrekking op de juridische aspecten, maar dat neemt de christelijke oorsprong ervan nog niet weg, evenmin als het feit dat het huwelijk cultureel gezien een ruimere, eveneens door het Christendom bexc3xafnvloede betekenis heeft.

Alternatief?
Vanuit die optiek had het ook heel goed mogelijk geweest om het hele burgerlijke huwelijk te vervangen door een geregistreerd partnerschap of eventueel anders te noemen wettelijke verbintenis. In Nederland werd zo’n geregistreerde partnerschap eind jaren ’90 ingevoerd, maar sinds de openstelling van het huwelijk in 2001, is dat partnerschap (helaas) helemaal op de achtergrond geraakt.

Scheiding
Met zo’n wettelijk partnerschap zou de overheid dan alleen de juridische aspecten van een verbintenis tussen twee mensen hebben geregeld. De term "huwelijk", met al zijn historische, culturele en emotionele aspecten en associaties, zou daarmee losgelaten worden, wat burgers de mogelijkheid had geboden om die term te gebruiken voor een ritueel conform hun eigen religieuze of culturele overtuiging.
Rechten zijn immers een abstracte, rationele juridische zaak die onder verantwoordelijkheid van de overheid valt. Culturele symbolen zijn daarentegen een emotionele, historische en culturele zaak die de mensen zelf zouden moeten kunnen regelen…

Keuzevrijheid
Met een dergelijke scheiding tussen een juridisch partnerschap en een cultureel of religieus huwelijk, zou men dan voor een juridische regeling naar het stadhuis gaan en daarvoor of daarna zou men dan op eigen manier en volgens eigen tradities een huwelijk kunnen sluiten. Mensen die helemaal niets met de tradities van het huwelijk te maken willen hebben, die kunnen dat laatste dan achterwege laten.
Er zijn genoeg mensen, ook homo’s, die vanwege de ouderwetse en burgerlijke associaties die het woord "huwelijk" oproept, daar helemaal niet aan willen denken en daarom liever voor een neutraal partnerschap, of helemaal geen officixc3xable regeling kiezen…

Tevreden
Met een scheiding tussen de rechten en de symbolen zouden beide partijen tevreden kunnen zijn: de traditionele gelovigen krijgen "hun" huwelijk "terug" om dat volgens hun eigen regels en tradities te vieren, de progressieven en liberalen zouden een mooie zuiver juridische regeling hebben, die zonder historische poespas gelijke rechten voor iedereen biedt…
Dat mensen van gelijk geslacht dezelfde juridische rechten (willen) hebben, betekent namelijk nog niet dat ze dan automatisch ook meteen recht hebben op dezelfde symbolen… Zo’n koppeling mag niet opgelegd zijn, maar moeten mensen zelf kunnen maken…

Historische ontwikkeling
Als we de historische ontwikkeling van het huwelijk bekijken, dan zien we dat het huwelijk al sinds de vroege Middeleeuwen als een sterk religieuze aangelegenheid werd gezien. Een aanvankelijk vxc3xb3xc3xb3r en later in de kerk gesloten huwelijk was tevens meteen rechtsgeldig.
Na de reformatie in de 16e eeuw bleef dit zo voor de protestantse (staats)kerk in de toenmalige noordelijke Nederlanden. Andersgelovigen, met name de katholieken, moesten hun huwelijk voortaan op het stadhuis laten sluiten: daarmee waren wij toen ook al een uitzondering in Europa!
In andere landen bleef namelijk alleen een voor de, hetzij protestantse, hetzij katholieke kerk gesloten huwelijk rechtsgeldig. In de Franse tijd (1795) kwam daar een eind aan, toen in heel Europa een verplicht burgerlijk huwelijk op het stadhuis werd ingevoerd. Dit als gevolg van de scheiding van kerk en staat. Daarmee heeft de staat toen een van oorsprong kerkelijk fenomeen naar zich toe getrokken. Dat was niet zo’n probleem in de tijd dat ook de overheden nog van meer of minder christelijke signatuur waren. Sinds ongeveer 10 jaar nemen echter steeds meer regeringen afstand van de traditionele christelijke waarden.
Dat hoeft op zich niet zo’n groot probleem te zijn, mits die overheden dan maar zo neutraal mogelijk proberen op te treden en dat betekent, voor wat dit onderwerp betreft, dat juridische regelingen en culturele en religieuze tradities zoveel mogelijk gescheiden dienen te zijn…

Consequent
Wat kan het maken van een onderscheid tussen een louter juridisch partnerschap en een cultureel en religieus huwelijk nu betekenen voor de discussies over de invoering van een "homohuwelijk"?
Tot nu toe is de Kerk steeds absoluut tegen de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht. Bovenstaande uiteenzetting laat zien dat het eigenlijk veel consequenter en tegelijk redelijker zou zijn wanneer de Kerk zou verlangen dat de overheid alleen een juridische regeling mogelijk maakt en dat de term huwelijk overgelaten wordt aan de culturele of religieuze invulling van mensen zelf (en daarmee voor katholieken aan de Kerk).

Redelijk
Op die manier zou de Kerk de eigen verantwoordelijk van de wereldlijke overheid (en de realiteit van een geseculariseerde samenleving) respecteren (ook al is zij het er niet mee eens) en zou omgekeerd die overh
eid zich niet meer bemoeien met het culturele en religieuze.
Of zo’n regeling ook in de praktijk te realiseren valt is en blijft de vraag, maar dat neemt niet weg, dat een dergelijk standpunt veel beter is voor het imago van de Kerk, zonder dat zij daarvoor iets aan haar leer over het huwelijk hoeft af te doen. Bovendien zou zo’n opstelling een hoop onredelijke en nodeloos kwetsende kritiek aan het adres van de Kerk kunnen voorkomen…

(zie voor eenzelfde conclusie ook het rapport van de Engelse theologische denktank Ekklesia: what future for marriage? )

Wereldgezinsdagen

Vanochtend zijn in de Spaanse stad Valencia de Wereldgezinsdagen 2006 afgesloten met een door paus Benedictus gecelebreerde openluchtmis.
Deze vond plaats in het futuristische park "Stad van Kunsten en Wetenschappen" en werd onder meer bijgewoond door het Spaanse koningspaar en maar liefst 50 kardinalen, ca. 450 bisschoppen, zoxe2x80x99n 3000 priesters en ruim 1 miljoen gelovigen uit de hele wereld.

Huwelijk en gezin
In zijn preek benadrukte de Paus het belang en de heiligheid van huwelijk en gezin: "Iedere generatie, elk ouderschap en ieder gezin vindt zijn oorsprong in God, die is Vader, Zoon en Heilige Geest." en waarschuwde hij voor de aantasting ervan: "In de hedendaagse cultuur zien we vaak een buitensporige verheffing van de vrijheid van het individu als een autonoom subject, als waren wij zelfgeschapen en zelfgenoegzaam, los van onze relatie met anderen en onze verantwoordelijkheden jegens hen".

Schaduwen
Deze Wereldgezinsdagen werden overschaduwd door de metroramp die eerder deze week in Valencia aan 40 mensen het leven kostte en door de verkilde relatie van de Kerk met de Spaanse regering van premier Zapatero.
Deze regering heeft ondanks heftig protest van de zijde van de Kerk het "homohuwelijk" in Spanje mogelijk gemaakt en echtscheiding vergemakkelijkt. De opstelling van de Kerk heeft regering kennelijk dermate gexc3xafrriteerd, dat premier Zapatero vanochtend niet aanwezig was bij de afsluitende mis.

Links
– Website van de Wereldgezinsdagen: www.wmf2006.org

Vloeken

Hoe erg is vloeken en dan speciaal vloeken waarbij Gods naam wordt genoemd? Diverse bijbelpassages verbieden gelovigen te vloeken. Daarom zijn met name protestanten daar erg tegen. Katholieken nemen het er doorgaans wat minder nauw mee.

Vraag

Uiteraard getuigt het niet van veel eerbied en respect wanneer wij Gods naam, om het in bijbelse termen te zeggen, ijdel gebruiken of zelfs misbruiken. Helemaal niet wanneer dat opzettelijk gebeurt. De vraag is echter of daar bij het uitspreken van de bekende vloeken en verwensingen waar de naam van God of Jezus in voorkomt, wel sprake van is.

Impulsief

Een vloek of verwensing wordt meestal immers niet met voorbedachte rade uitgesproken, maar impulsief, in een opwelling van boosheid, woede, schrik of verbijstering. Het gebeurt dan als reactie op een of andere gebeurtenis, handeling of uitspraak die we meemaken of horen. Dat als reactie daarop gevloekt wordt, kom doordat we dan helemaal door zo’n gebeurtenis in beslag genomen zijn. Op zulke momenten denken wij dan ook meestal niet aan God of aan Jezus. De vloek kan dan ongepast, onfatsoenlijk, zelfs kwetsend zijn, maar zal desondanks doorgaans niet als bewuste belediging van God bedoeld zijn.

Magisch

Dat de naam van God in vloektermen genoemd wordt, komt uit vroeger tijden toen vloeken nog een magische betekenis had. In heidense religies kon louter met het uitspreken van een vloek al een bepaald bezwerend effect bereikt worden. Met de opkomst van het Christendom verdwenen de vloeken niet meteen, maar werden ze gekerstend door ze met God te verbinden. Een eventueel effect ervan werd daarmee afhankelijk gemaakt van Gods instemming (zie over deze aspecten ook de eerdere log "Magische dimensie").

Protestanten

Naast het bijbelse vloekverbod is ook deze heidense en magische oorsprong van vloektermen binnen het Protestantisme reden om vloeken drastisch en radicaal uit te bannen. Dat in lijn met het bestrijden van vele andere als heidens aangemerkte middeleeuwse katholieke rituelen en gebruiken. Het Protestantisme kiest hiermee voor een ogenschijnlijk consequent bijbelse lijn.

Katholieken

Nemen katholieken de Bijbel dan niet serieus genoeg en zijn zij dan niet vroom en eerbiedig genoeg? Katholieken focussen ook wat dit onderwerp betreft niet op slechts xc3xa9xc3xa9n aspect (de Bijbel), maar op meerdere aspecten (nl. ook het verstand en de gewoonte). Waar de Bijbel elk vloeken verbiedt, zegt ons verstand dat vele vloektermen tegenwoordig nog wel als echte vloeken in magische zin klinken, maar dat in wezen allang niet meer zijn. Katholieken kijken dus niet alleen naar de letter, maar ook naar de geest.

Proporties

Het gebruik van vloektermen is weliswaar niet erg netjes, maar anderzijds ook niet iets om een halszaak van te maken. We moeten ook hierbij de kwestie in breder verband proberen te zien en ons er voor hoeden om niet buitenproportioneel te reageren. Want louter en alleen maar niet vloeken en schelden en voor de rest doen wat God en gebod verboden hebben is vooral schijnheilig…
Bovendien kan een genuanceerde houding in deze ons behoeden voor een al te snel en voorbarig oordeel over mensen die zich in een opwelling een vloek laten ontvallen. Hetzelfde geldt voor mensen voor wie vloeken vanuit hun sociale achtergrond misschien wat gebruikelijker is dan voor de beter opgevoeden en gesitueerden.

Voorbeeld

Wanneer echter iemand (vanuit protestantse hoek) nu zou opmerken dat het niet vloeken een goed voorbeeld geeft, dan kan daarop geantwoord worden dat ook de vele katholieke rituelen en gebruiken, die door velen als bijgeloof of zelfs afgoderij worden afgedaan, een goed voorbeeld geven, namelijk dat we God niet alleen moeten prijzen, eren en aanbidden door van dingen af te zien, maar vooral ook door dingen te doen, door uitbundig, plechtig, feestelijk en eerbiedig te laten zien dat alleen Hem alle eer en glorie toekomt!

(Zie ook: ‘Christelijke’ vloek raakt in onbruik)