Carnaval

Deze dagen, vlak voor Aswoensdag, zijn het hoogtepunt van het Carnaval. Dit wordt gevierd met uitbundige optochten van praalwagens, verkleedpartijen en bijeenkomsten met veel Wein, Weib und Gesang. Ook wordt plaatselijk een Prins Carnaval gekozen, die met zijn Raad van 11 tijdelijk het bestuur overneemt van de stad, die in Brabant voor die gelegenheid zelfs een andere naam krijgt (Den Bosch wordt bijv. Oeteldonk).

Betekenis
Deze gebruiken en tradities laten duidelijk zien wat de meer symbolische betekenis van Carnaval is, namelijk het uitbeelden van de ‘omgekeerde wereld’: het stadsbe- stuur komt in handen van Prins Carnaval, met autoriteiten waar je normaal respect voor hoort te hebben, wordt nu de spot gedreven, door je te vermommen en te verkleden kan en mag je je anders voordoen dan normaal en waar het normaal onfatsoenlijk en onverstandig is om ongeremd te feesten en te drinken, daar is dat met Carnaval voor xc3xa9xc3xa9n keer toegestaan.

Omgekeerde wereld
De gedachte daarachter was (en is) dat daarmee een uitlaatklep wordt geboden voor de behoeften die vele mensen hebben om eens lekker uit de band te springen, maar ook voor de behoefte om frustraties en kritiek te uiten.
Wat de meer lichamelijke en consumptieve behoeften betreft, geeft Carnaval nog eenmaal de gelegenheid om die maximaal te bevredigen, voordat met Aswoensdag de Vastentijd begint en soberheid, bezinning en beheersing het parool is.
Tenslotte laten alle carnavalsuitingen als uitbeelding van de “omgekeerde wereld”, zien wat de gevolgen zijn als mensen zich niet beheersen, zich laten gaan en zich als het ware laten bexc3xafnvloeden door duivels, demonen, heksen en wat dies meer zij. Carnaval houdt ons op deze manier een spiegel voor, die ons (hopelijk) het belang van inkeer en omkeer, in het bijzonder in de aanstaande Vastentijd doet inzien.

Oorsprong
Op grond van zulke overwegingen heeft de Kerk in de Middeleeuwen de carnavals- vieringen toegelaten en daarmee gekerstend. Oorspronkelijk gaan deze vieringen waarschijnlijk terug op een combinatie van een Romeins lente- en een Germaans offerfeest.
De herkomst van de naam Carnaval kan zowel van carrus navalis (de blauwe scheepskar die met Carnaval door de straten werd getrokken) als van carne(m) levare (verwijderen van het vlees) komen.

Varianten
Hoewel carnaval een typisch katholiek feest is, is het in sommige landen en streken dermate inge- burgerd dat het ook door niet-katholieken wordt gevierd. Ook wordt Carnaval niet overal vooraf- gaand van de Vastentijd gevierd: in Belgixc3xab en Zwitserland viert men het bijv. in het weekend nxc3¡ Aswoensdag.
Anders dan in onze koude streken is het Carnaval in Zuid-Amerikaanse landen, zoals Brazilixc3xab (Rio de Janeiro!) en diverse Antilliaanse eilanden, in alle opzichten een stuk warmbloediger en uitbundiger. Om dat ook hier ten lande zo te kunnen beleven, is door met name Antilliaanse immigranten het Rotterdamse Zomercarnaval opgezet.

Afgeleide
De Zuid-Amerikaanse carnavalsvieringen, maar ook het beroemde Mardi Gras in New Orleans, vormen met hun extravagante en tamelijk onverbloemd erotische uitingen tevens een gelegenheid waarin homo’s zich kunnen uitleven op een manier die normaal in de Zuid-Amerikaanse macho-cultuur niet geaccepteerd is.
En net zoals het bovengenoemde Zomercarnaval is afgeleid van het oorspronkelijke Zuid-Amerikaanse Carnaval, zo zijn de extravagante uiterlijkheden daarvan ook in diverse landen overgenomen door de demonstraties voor homo-emancipatie.
Vaak roepen die demonstraties en parades sterke afkeuring op, maar wanneer we ze zien als afgeleiden van het Carnaval en daarbij de hierboven beschreven betekenis daarvan in het oog houden, dan zijn ze niet veel meer of minder erg dan het gewone Carnaval: namelijk uitbeelding van de “omgekeerde wereld”, niet meer en niet minder…

Links
De omgekeerde wereld van vastenavond
Carnaval op http://www.klap.net
Carnival bij Wikipedia

Nieuwe kardinalen

kardinalenVandaag zijn de namen bekend geworden van degenen die op 24 maart door paus Benedictus XVI tot kardinaal zullen worden verheven. Het zijn de volgende 15 personen:

– Aartsbisschop William Joseph Levada (USA), die de huidige Paus, Joseph Ratzinger opvolgde als prefect van de congregatie voor de Geloofsleer

– Aartsbisschop Franc Rodxc3xa9, prefect van de congregatie voor Religieuzen en het Instituut voor het Godgewijde Leven (Slovenixc3xab)

– Aartsbisschop Agostino Vallini, prefect van de Apostolische Signatuur (Italixc3xab)

– Aartsbisschop Carlo Caffarra van Bologna (Italixc3xab)

– Aartsbisschop Stanislaw Dziwisz van Krakau (Polen), de voormalige privxc3xa9-secretaris van de vorige paus Johannes Paulus II, hetgeen opmerkelijk is, aangezien eerdere pauselijke secretarissen een meer teruggetrokken leven leiden.

– Aartsbisschop Jean-Pierre Ricard van Bordeaux (Frankrijk)

– Aartsbisschop Antonio Canizares van Toledo (Spanje)

– Aartsbisschop Gaudencio Borbon Rosales van Manilla (Filipijnen)

– Aartsbisschop Joseph Zen Ze-kiun van Hongkong (China)

– Aartsbisschop Jorge Urosa Sabino van Caracas (Venezuela)

– Aartsbisschop Nicolas Cheong-Jin-Suk van Seoul (Zuid-Korea)

– Aartsbisschop Sean Patrick O`Malley van Boston (USA)

– Aartsbisschop Andrea Cordero Lanza di Montezemolo (Italixc3xab), aartspriester van de Basiliek St. Paul buiten de Muren in Rome, kerkelijk heraldicus en ontwerper van het wapen van Paus Benedictus XVI.

– Emeritus aartsbisschop Peter Poreku Dery van Tamale (Ghana),

Albert Vanhoye SJ (Frankrijk), die verbonden was het Biblicum in Rome en secretaris van de Pauselijke Bijbelcommissie was en die in Edingen (Belgixc3xab) studeerde en priester gewijd werd.

De laatste drie personen zijn ouder dan 80 jaar en zijn daarom niet kiesgerechtigd en zullen niet aan een volgend Conclaaf deelnemen. Hun verheffing tot kardinaal is een bijzondere blijk van gunst van de zijde van de Paus.

Eigen verantwoordelijkheid

Een regelmatig terugkerend bezwaar tegen (christelijk) geloof is dat gezegd wordt dat religie mensen ontslaat van hun eigen verantwoordelijkheid voor hun leven. Christenen zouden door hun geloof dermate op God vertrouwen, dat ze daardoor minder op zichzelf vertrouwen, minder verantwoordelijkheid nemen, minder actief en lijdzamer, volgzamer en afhankelijker zijn.

Op het eerste gezicht mag dat voor een buitenstaander misschien zo lijken en onge- twijfeld zullen er ook gelovigen zijn voor wie bovengenoemde eigenschappen gelden (doorgaans in de strengere protestantse hoek), maar goed beschouwd is het tegen- deel het geval:

De boodschap van de Bijbel en van het Christendom is juist dat mensen heel erg verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven, namelijk niet alleen tegenover zichzelf en hun medemens maar vooral en met name ook tegenover God.

Verantwoordelijkheid tegenover jezelf wordt vaak vertroebeld door allerlei persoon- lijke omstandigheden, emoties en meer of minder goede neigingen en karaktereigen- schappen.
Verantwoordelijkheid tegenover andere mensen is al minder aan persoonlijke wille- keur onderhevig, maar is niet altijd even makkelijk. Andere mensen kunnen, zowel in het klein als in het groot, dermate teleurstellen of zelfs vijandig zijn, dat het grote moeite kan kosten om het er niet bij te laten zitten…

Zelf verantwoordelijk zijn voor je leven kan leuk zijn als het goed gaat, als je middelen hebt en kansen ziet. Maar er zijn ook genoeg mensen die niet in staat zijn om hun verantwoordelijkheid waar te maken en die hun leven, vaak ongewild en/of onbewust, verknoeien of die gewoonweg niet met hun vrijheid kunnen omgaan, of erger nog: hun vrijheid en verantwoordelijkheid bewust misbruiken…

Ook God kan soms, althans in onze ogen, teleurstellen, maar desondanks verzekert de Bijbel ons dat Hij een dermate liefhebbende Vader is, dat wij uit dankbaarheid en liefde niet aan onze verantwoordelijkheid jegens Hem kunnen ontkomen!

Katholieken leggen daarom hun lot niet in Gods handen, in de zin van dat ze passief blijven, lijdzaam afwachten en alle tegenslag, leed en ellende als Gods wil verdragen (zoals de Calvinisten vaak plegen te doen), maar zij werken mee aan Gods schepping, door om te zien naar hun medemens en goed te doen al waar dat nodig is!

Homohuwelijken tegengaan?

Vandaag kwam het bericht dat de Pauselijke Universiteit van Lateranen een seminar gaat organiseren om te bekijken hoe het groeiend aantal zgn. ‘homohuwelijken’ gestuit zou kunnen worden.

Vraag
Het feitelijke belang van deze bijeenkomst kan moeilijk worden ingeschat, maar dat neemt niet weg, dat zo’n bericht weer gretig door alle media wordt opgepikt en waar nodig wordt opgeblazen, met alle jammerlijke ergernissen, misverstanden en protesten van dien…

Contraproductief
Mede daarom is het de vraag of de Kerk er wel goed aan doet om zich zo nadrukkelijk tegen de diverse uitingen van de ‘homocultuur’ te keren. Hoe meer de Kerk tegen zaken als het homohuwelijk e.d. protesteert of zelfs wil proberen "te stuiten", hoe harder de homobeweging en liberale politici er immers weer tegenin zullen gaan.
De Kerk krijgt zodoende alleen nog maar meer het stigma van achterlijke homovijandigheid opgedrukt, terwijl de kans dat zij er daadwerkelijk iets mee bereikt eerder kleiner dan groter wordt.

Scheiding
Gezien de scheiding tussen Kerk en staat en de eigen verantwoordelijkheid van de politiek, is het ook nog de vraag of de Kerk zich hiermee niet teveel aanmatigt. Uiteraard mag en moet de Kerk haar leer verkondigen, maar als niet-katholieke politici en overheden daar niet naar willen luisteren, dan houdt het voor de Kerk toch ook ergens op.
De Kerk heeft geen zeggenschap meer over politieke aangelegenheden. Meer dan het verkondigen van haar leer en hopen dat individuele politici of christelijke politieke partijen dat ter harte nemen, zit er in de huidige tijd niet in.

Vrijheid
Hoewel de moraalleer van de Kerk universeel is en voor alle mensen geldt, moeten we toch ook respect proberen te hebben voor mensen die niet katholiek (willen) zijn en hun leven op eigen wijze vorm willen geven, zelfs als dat met handelingen en uitingen gepaard gaat die de Kerk als zondig aanmerkt (wie is trouwens zonder zonde?). Ook de Kerk erkend namelijk dat elk mens vrijheid van geloof en geweten toekomt.
Ieder mens is vrij om de Liefde die God de mensen aanbiedt al of niet te beantwoorden. Zo ook zijn mensen vrij om al of niet te aanvaarden wat de Kerk hen namens God aan liefde en wijsheid, o.a. vervat in de kerkelijke leer, aanbiedt. Slaan mensen het af, dan is dat hun zaak, mensen kunnen en mogen niet tot geloof gedwongen worden.

Positie
De Kerk en wij katholieken moeten goed beseffen dat wij in grote delen van de westerse wereld niet meer in de positie zijn om morele eisen te stellen aan mensen die niet of nauwelijks meer geloven. Meer dan het verkondigen van de Blijde Boodschap, het geven van het goede voorbeeld en onze medemens liefdevol tegemoet te treden, zit er niet in…

Beleving
In de huidige liberale samenlevingen zijn vele vormen van seksualiteitsbeleving geaccepteerd en geoorloofd en worden ook uitgebreid beleefd: daar waar de seksualiteit uiting is van oprechte liefde doorgaans met goede bedoelingen; daar waar het gaat om lust gewoonweg omdat men dat lekker vindt. Dit staat vaak vrij ver af van wat de Kerk ons als ideaal voorhoudt: nl. seksualiteit als uiting van de in het huwelijk beleefde liefde.

Realistisch
Is het dan realistisch om te verwachten dat mensen die (homo- of hetero)seksualiteit omwille van de lust beleven, zich naar het standpunt van de Kerk zullen voegen…?
En past bij mensen die (homo)seksualiteit vanuit oprechte liefde beleven niet terughoudendheid in ons oordeel…?
Het voldoen aan het kerkelijke ideaal kost vanuit de moderne mens gezien immers veel, heel veel moeite: men zou zich er veel lust voor moeten ontzeggen, resp. zich in oprechte relaties erg moeten beheersen.

Liefde
Afgezien van de vraag in hoeverre dat zeker van niet-katholieken gevraagd, gevergd of verwacht mag worden, moge duidelijk zijn dat aan de bereidheid tot zulke opofferingen en inspanningen een groot geloof in en een grote liefde tot God en Zijn Kerk vooraf moeten gaan (en dan nog zal in individuele gevallen clementie en begrip vereist zijn)…
Bepaalde uitingen van homocultuur en ‘homowetgeving’ zijn inderdaad vaak smakeloos en verwerpelijk, maar zou het als reactie daarop niet productiever zijn om homo’s en hun belevingswereld begripvol te benaderen, in plaats van ze telkens op de voor hen vreemde en strenge leer van de Kerk te wijzen…?

Wereld-beschouwing

Wereldbeschouwing is een ander woord voor een bepaalde levensvisie of geloofs- overtuiging, maar hier wil ik wereldbeschouwing even letterlijk bekijken: als het beschouwen van de wereld.

Evenwicht
In de katholieke wereld-beschouwing vormen lichaam en geest een eenheid: het verstand is zich bewust van het lichaam in enge zin en daarmee tevens van de materixc3xable wereld in brede zin. Beide worden onderscheiden, niet gescheiden. Het gaat om een gezond en verstandig evenwicht tussen verstand en gevoel, tussen lichaam en geest, tussen individu en gemeenschap, tussen cultuur en natuur. Dit evenwicht is nodig omdat in de katholieke opvatting de mens van nature goed, maar wel met gebreken (de erfzonde) behept is.

Scheiding
Dit was de heersende wereld-beschouwing tijdens de Middeleeuwen, toen de Kerk nog ongedeeld was en de mensen xc3xa9xc3xa9n waren in geloof. Aan deze eenheid kwam in de 16e eeuw een eind, toen met de Reformatie de Protestanten zich van de Katholieke Moederkerk afscheidden. De Protestanten hadden een afkeer van het lichamelijke, het wereldlijke en het materixc3xable en legden daarom de nadruk vooral op de geest.
Meer nog dan de katholieken zich bewust waren van de erfzonde, gingen de protestanten uit van de gedachte dat de mens fundamenteel tot het kwade geneigd is. Moest in deze opvatting de menselijke geest zich nog in alle nederig- heid en ootmoed overgeven aan Gods Wil, vanaf de 17e eeuw begon de mens zich aan deze onderwerping te ontworstelen…

Verstand
Die ontworsteling word de ‘Verlichting’ genoemd. Sinds de Franse filosoof Renxc3xa9 Descartes (1596-1650) werd de menselijke rede in staat geacht om niet alleen alles te doorzien en te ontdekken, maar ook om vervolgens alles naar eigen inzicht te wijzigen en te veranderen. De menselijke rede kon, met andere woord- en, de plaats van God innemen. Alles werd onderzocht waardoor de empirische wetenschappen en de techniek sindsdien een enorme vlucht namen.
Vervolgens werd geprobeerd alles te veranderen, eerst werd door middel van revoluties een eind gemaakt aan de oude staatsinrichting, vanaf de jaren ’60 van de 20e eeuw werd ook de samenleving zelf maakbaar geacht en in het begin van de 21e eeuw probeert men zichzelf naar believen te veranderen (denk hierbij alleen al aan de talloze make-over programma’s op tv).

Gevoel
Het Verlichtingsdenken kende niet alleen een fascinatie voor de rede, de ratio en het verstand legde, maar als een soort van tegenreactie, ook voor het gevoel. Sinds de Engelse filosoof John Locke (1623-1704) de katholieke leer van de erfzonder verwierp, werden de mensen gezien als zijnde van nature goed. Daarop stelde de Franse schrijver Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) dat het kwaad in de wereld niet uit de mens voortkwam, maar uit de maatschappelijke structuren.
De mens zou daarom zoveel mogelijk moeten terugkeren naar een "onbedorven, zuivere en natuurlijke gesteldheid", waartoe hij zich mocht laten meeslepen door gevoelens, emoties en passie. Deze gedachten kwamen tot uiting in de stroming- en van het Naturalisme en de Romantiek (eerste helft 19e eeuw), maar vooral ook in de zgn. Flower Power-beweging van de jaren ’60 van de 20e eeuw.

Drie stromingen
Zo zien we dus dat er grofweg drie stromingen, drie wereldbeschouwingen zijn te onderscheiden:
– Die waarbij de individuele mens zich laat meeslepen door gevoelens, neigingen en behoeften. Dit kan een passieve houding genoemd worden;
– Die waarbij de mens met zijn verstand zichzelf, maar vooral ook de wereld aan zich onderwerpt. Dit kan een actieve houding genoemd worden;
– De katholieke waarbij de mens het evenwicht moet zien te bewaren tussen ver- stand en gevoel en alles wat daar uit voortvloeit. Dit moet resulteren is de juiste mix van actief en passief.