Angst

Angst wordt vaak als een centraal onderdeel van religie gezien. Oppervlakkig wanneer het gaat over de angst die de geestelijkheid de mensen vroeger aanpraatten met hun donderpreken over hel en verdoemenis; wat diepergaand wanneer het gaat over religie als een door mensen bedachte constructie om met meer fundamentele bestaansangsten om te kunnen gaan.

Deze beide punten hebben een kern van waarheid, maar zijn op zich (uiteraard) onvoldoende om het Christendom op af te rekenen. Donderpreken zijn van alle tijden en plaatsen en passen altijd in een bepaald tijdsbeeld: wanneer de geestelijkheid streng was, waren bijv. ook de burgemeester en de politie, de onderwijzer en de huisvader dat – en omgekeerd.

Fundamentele bestaansangsten zitten veel dieper en horen bij het menselijk bestaan. In het Christendom wordt de mensen geleerd dat ze niet bang hoeven te zijn omdat uiteindelijk alles in Gods hand is. Nu steeds minder mensen daarin geloven, betekent dat nog niet dat daarmee ook die angsten weg zijn: veel lijkt erop te wijzen dat deze angsten tegenwoordig verdrongen worden, onder meer door een (te) sterke focus op het eigen welzijn en het eigen geluk, op het bevredigen van materixc3xable behoeften en door een haast naxc3xafef vertrouwen in wetenschappelijke vooruitgang als oplossing voor alle problemen.

Dat fundamentele angstgevoelens hiermee niet opgelost, maar veeleer verdrongen zijn, kan waarschijnlijk ook een reden zijn voor de vaak zeer onredelijke tot uitgesproken vijandige houding waarmee mensen tegenwoordig het Christendom in het algemeen en de Katholieke Kerk in het bijzonder bejegenen.

Objectief en redelijk gezien kan deze houding niet louter verklaard worden vanuit de misstanden uit het verleden, de ‘achterlijkheden’ in de leer en de volgens velen veel te strenge regels van geloof en Kerk. Zelfs een psychologische oorzaak in jeugdtrauma’s lijkt niet voldoende verklaring te kunnen bieden voor de intensiteit waarmee het Christendom zo vaak haast tot wortel van alle kwaad wordt verklaard.

Wat overblijft zou een, met de woorden van de Italiaanse filosoof Giovanni Papini, instinctieve angst kunnen zijn dat geloof in God een belemmering zou kunnen zijn voor de vrijheid, niet zozeer voor de vrijheid om te denken, maar voor de vrijheid om te zondigen…
Wanneer God inderdaad en daadwerkelijk zou bestaan, dan zouden al die geboden en verboden uit het Christendom en van de Katholieke Kerk weleens tot een verschrikkelijk oordeel over ons handelen kunnen leiden… tot eeuwige verdoemenis…

Zou de moderne mens werkelijk hebben afgerekend met zijn fundamentele angsten en er werkelijk van overtuigd zijn dat God niet bestaat, dan zou men niet zo krampachtig en verbeten tegen geloof en Kerk ageren, maar zou men in alle rust kunnen wachten totdat langzaamaan iedereen dat zou gaan inzien… Maar integendeel: de mensen die zich van het christelijk geloof hebben afgekeerd reageren des te verkrampter en de mensen die het christelijk geloof niet hebben gekend, zijn des te geinteresseerder… kennelijk omdat er op z’n minst een kern van waarheid inzit, die de eersten niet onder ogen willen zien en die de tweeden intuitief aanvoelen…

Advertenties

One thought on “Angst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s