Niet gering

“Het is niet voor kleine zaken dat God de mens heeft geschapen, die, weet hebbend van het grote, niet tevreden is met het kleine.

Het is juist voor het onbegrensde dat Hij de mens heeft geschapen;

de mens is het enige wezen op aarde dat zijn ware natuur dient te herontdekken
en die door geen enkel ding volledig bevredigd zal worden,
hoe groot dat ding ook moge zijn.”

Marsilio Ficino (1433-1499)

(zie over hem o.a. artikelen bij Ars Floreat en in de Catholic Encyclopedia)

Titulatuur

Van oudsher gelden voor katholieke geestelijken aparte (aanspreek)titels. Deze zijn sinds de jaren ’60 van de 20e eeuw grotendeels in onbruik geraakt, maar zeker in de omgang met wat hoge geplaatste prelaten is het goed om te weten wat precies de juiste titel is. Hoe pijnlijk zou het immers zijn wanneer men een kardinaal met monseigneur zou aanspreken…

Hier volgen daarom voor de meest voorkomende rangen binnen de Katholieke Kerk de adressering/aanhef en de aanspreektitels. De adressering wordt gebruikt op brieven, de aanhef als aanhef van de eigenlijke tekst van een brief (in plaats van het normale geachte) en de aanspreektitel is hetgeen men ter begroeting tegen de betreffende persoon zegt.

De Paus
Adressering: Zijne Heiligheid (paus N.N.)
Aanhef: Heiligheid
Aanspreektitel: Heilige Vader; Uwe Heiligheid

Kardinaal
Adressering: Zijne Excellentie N. kardinaal N.
Aanhef: Excellentie
Aanspreektitel: Eminentie

Aartsbisschop en Bisschop
Adressering: Zijne hoogwaardige excellentie N.N.
Aanhef: (hoogwaardige excellentie,) Monseigneur
Aanspreektitel: Monseigneur

Bischoppelijk vicaris en Erekapelaan van de Paus
Adressering: De hoogwaardige heer N.N.
Aanhef: (hoogwaardige heer,) Monseigneur
Aanspreektitel: Monseigneur

Deken
Adressering: De zeereerwaarde heer N.N.
Aanhef: Zeereerwaarde heer
Aanspreektitel: Mijnheer deken

Pastoor
Adressering: De zeereerwaarde heer N.N.
Aanhef: Zeereerwaarde heer
Aanspreektitel: Mijnheer pastoor

Kapelaan
Adressering: De weleerwaarde heer N.N.
Aanhef: Weleerwaarde heer
Aanspreektitel: Mijnheer kapelaan

Diaken
Adressering: Eerwaarde heer N.N.
Aanhef: Eerwaarde heer
Aanspreektitel: Mijnheer

Pastoraal werkers
Adressering: Mevrouw/Mijnheer N.N.
Aanhef: Mevrouw/Mijnheer
Aanspreektitel: Mevrouw/Mijnheer

(zie ook de lijst op de website van de Taalunie)

Drukke dag in Rome

Vandaag vonden in Rome veel dingen tegelijk plaats:

– Ten eerste was vandaag Wereldmissiedag, de dag dat de Kerk (wereldwijd) stilstaat bij en bidt voor het vele en goede werk dat de vele tienduizenden missionarissen dagdagelijks in ontwikkelingslanden verrichten.

– Ten tweede werden tijdens de mis op het Sint-Pietersplein 5 personen heilig verklaard. Dit zijn de eerste heiligverklaringen die door de nieuwe paus Benedictus XVI zijn uitgesproken. Het betreft een Chileen, twee Polen en twee Italianen.

– Ten derde werd vandaag de Bisschoppensynode over de Eucharistie afgesloten, waarop ruim 200 kardinalen, (aarts)bisschoppen en andere deskundigen de afgelopen 3 weken over de betekenis van de Eucharistie hebben gesproken.

– Tenslotte werd hiermee ook het Jaar van de Eucharistie afgesloten, dat nog door de vorige paus Johannes Paulus II was uitgeroepen ter bezinning op dit centrale mysterie van het katholieke geloof.

Over de monarchie

Het Nederlandse koningshuis is van origine protestants en heeft daarom een niet altijd even goede relatie met het Katholicisme gehad. Maar ook afgezien van de religieuze kleur van een bepaald vorstenhuis, is de monarchie op zich een positief fenomeen.

De principes en tradities van de erfelijke monarchie komen immers voor een groot deel overeen met die van het Christendom en meer bepaald met die van het Katholicisme. Hierbij kan met name gedacht worden aan:
– het principe van de familiebanden,
– het staan in, het bewaren en doorgeven een lange traditie,
– het belichamen van eenheid van het volk,
– het bewustzijn en uitdragen van verantwoordelijkheid voor de gemeenschap,
– het sociaal-psychologische houvast dat de regelmatige ceremonixc3xabn bieden,
– het blijde en droeve medeleven dat de familiegebeurtenissen met zich meebrengen
– de kleur die de oude tradities aan deze toch zo genivelleerde tijd geven…

De kerkelijke inzegening van het huwelijk van prins Floris en Aimxc3xa9e Sxc3xb6hngen op 22 oktober 2005In het bijzonder is ook, in deze tijd van los-vast relaties, echtscheidingen, ‘homohuwelijken’ en wat dies meer zij, de belangstellling en het meeleven met een prinselijk huwelijk iets dat de mensen niet alleen de schoonheid van het huwelijk doet ervaren, maar ze ook (weer) eens laat proeven van de inspiratie en rijke symboliek die de kerk daarbij te bieden heeft, al was het maar vanuit de protestantse traditie…

Symbolische kledij

Vandaag vond in Naarden de kerkelijke inzegening plaats van het huwelijk tussen prins Floris, de jongste zoon van prinses Margriet, en de van huis uit katholieke Aimxc3xa9e Sxc3xb6hngen.

Een centrale plaats in de overweging van dominee dr. Anne van der Meiden vormde een deel uit hoofdstuk 3 van de brief van Paulus aan de Kolossenzen, waar het gaat over de de ‘kledij’ waar de christenmens zich mee dient te bekleden:

Trek de oude mens met zijn gedragingen uit, bekleed u met de nieuwe mens, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper. Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens. Maar alles in allen is Christus.
Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van xc3xa9xc3xa9n lichaam. En wees dankbaar.
” (Kol. 3,9-15)

Enigszins ironisch is het om deze tekst te horen uit de mond van een dominee, aangezien het symbool van de kleding zo duidelijk vorm heeft gekregen in de Katholieke Kerk. Namelijk in de kledij die de priester tijdens de mis draagt en die niet alleen van zeer oude oorsprong is, maar ook een rijke symboliek kent.

Zo zouden de door Paulus genoemde eigenschappen op de volgende manier bij de traditionele betekenis van de priesterkleding passen:

De ontferming – de stola (gekleurde band die van de schouders afhangt)
De goedheid – het manipel (dat vroeger om de linkerarm hing)
De nederigheid – de cingel (koord waarmee vroeger de albe werd omsnoerd)
De zachtheid – de albe (wit onderkleed)
Het geduld – de amict (schouderdoek)
De liefde – het kazuifel (gekleurd bovenkleed als mantel der liefde)

Priester in de traditionele misgewadenSommige van deze kledingstukken (paramenten geheten) hebben traditioneel weliswaar een iets andere symbolische betekenis, maar het rijtje dat Paulus opnoemt leent zich heel goed om ook door deze verschillende paramenten te worden gesymboliseerd.

Voor de goede orde moet wel worden gezegd dat het manipel en de cingel sinds het Tweede Vaticaans Concilie niet meer gedragen worden en dat ook de overige stukken soms door slechts een eenvoudige mantel met daaroverheen de stola worden vervangen.

Hoe jammer dat misschien ook mag zijn, het is altijd nog beter en in ieder geval vele malen sprekender dan de stijve zwarte toga met witte bef die dominees meestal dragen en die niets meer voorsteld dan het gewaad van een ambtsdrager, vergelijkbaar met een rechter of een advocaat….

Goed doen

Volgens de gebruikelijke christelijke opvatting zal God de mensen na hun dood belonen voor hun goede daden en bestraffen voor hun misdaden. Daarmee kan en zal God ook belonen wat hier op aarde onbeloond blijft en bestraffen wat hier onbestraft blijft.
Tevens zorgt dat vooruitzicht ervoor dat mensen (hopelijk) extra zullen oppassen op wat ze doen, dat ze zich, met het hemelse gericht voor ogen, als betere mensen zullen gedragen.

Nu wordt daar soms tegenin gebracht dat als mensen goede dingen doen, louter of voornamelijk om in het Hiernamaals beloond c.q. niet bestraft te worden, daar weinig nobels aan is. Dat het dan gewoon ‘ordinair’ calculeren is in de zin van ‘voor wat hoort wat’.
Veel nobeler en prijzenwaardiger zou het in die opvatting zijn, als mensen goed zouden doen, ook zonder dat ze op een hemelse beloning zouden rekenen, dat mensen van misdragingen zouden afzien ook zonder de angst voor veroordeling tot de hel.

Op zich is die zienswijze begrijpelijk. Immers, iets doen of nalaten in ruil voor een beloning, is niet erg belangeloos, is eigenlijk zelfs een beetje egoxc3xafstisch… Anderzijds zouden we ons kunnen afvragen of we echt wel helemaal zonder zo’n ‘hemelse stok achter de deur’ zouden kunnen… De mens is namelijk van nature egoxc3xafstisch en op zijn eigenbelang gericht.
Dus als er, op welke manier dan ook, straffeloos ergens ‘voordeel’ behaald kan worden, dan zal men dat niet gauw nalaten. En aangezien het onmogelijk is om elk onrecht met wereldlijke middelen te bestraffen, danwel te compenseren, is een Goddelijk Oordeel zo gek nog niet…

Blijft de vraag of mensen die niet in God of in een Goddelijk Oordeel geloven, dan niet nobeler zijn wanneer ze goede dingen doen, dan mensen die wel geloven en een beloning verwachten. Ten eerste moet hierbij bedacht worden dat echt gelovige mensen niet in de eerste plaats goed zullen doen in de hoop op een beloning, maar uit liefde tot God en uit dankbaarheid voor Zijn Liefde.

Voorts kan en moet men zich dan ook afvragen op grond waarvan niet-gelovigen dan goed doen… ook al verwachten zij geen straf of beloning in het Hiernamaals, dat is natuurlijk absoluut geen garantie dat zij niet net zo goed vanuit egoxc3xafstische motieven kunnen en zullen handelen. Ook hun goede daden zullen vaak genoeg zijn ingegeven door te verwachten beloningen, al was het maar in de vorm van dank, waardering en complimenten.

Daar komt bij dat als men zich voor goede daden richt naar de maatstaven waarnaar God zal oordelen, dat tot een zuiverder handelen zal leiden, dan wanneer men op grond van eigen inschattingen handelt. God weet en ziet alles en zal dus elke minder nobele beweegreden doorzien. Dat is voor een gelovige een belangrijk punt om goed bij zichzelf te rade te gaan vooraleer hij handelt.

Een niet-gelovig mens kan uiteraard net zo goed bij zichzelf te rade gaan, alleen ontbreekt het bij hem of haar aan die stok achter de deur. Met als risico dat zijn handelingen gemakkelijker door eigenbelangen, maar ook door emoties, driften of wat dan ook bexc3xafnvloedt kunnen worden, dan de handelingen van mensen die zich door God ‘op de vingers gekeken’ weten…

Naar de kerk…

Een paar weken geleden hield de bekende psycholoog Jeffrey Wijnberg in zijn wekelijkse column in de Telegraaf een opvallend pleidooi voor kerkgang. Hij schreef dat niet zozeer vanuit een religieuze overtuiging, maar meer om aan te geven dat het gewoon consequent zou zijn als mensen (weer) eens (wat meer) naar de kerk zouden gaan.

Iets
Veel mensen zijn tegenwoordig niet meer bij een gevestigde kerk aangesloten of geloven op een traditionele manier. Wel zijn er velen die aangeven in ‘iets’, in ‘meer tussen hemel en aard’, in ‘hogere machten’ en/of op hun ‘eigen manier’ te geloven. Kerkelijke instituten die zich baseren op eeuwenoude leerstellingen en tradities heeft men daar volgens eigen zeggen dan niet bij nodig.

Waar om
Dat zou echter geen reden mogen zijn om niet of nooit meer een kerkdienst of kerkelijke viering te bezoeken of bij te wonen:
Want waarom zou iemand die zegt open te staan voor het spirituele, het geestelijke, het hogere, niet eens een bijeenkomst bijwonen van een gemeenschap die al eeuwenlang het Mysterie viert, het onzegbare probeert te verwoorden en het onzichtbare probeert vorm te geven…?
Waar een en ander verklaard en op de actualiteit wordt toegesneden door professionals die ervoor gestudeerd hebben en zich er dagelijks mee bezig houden…?
Waar mensen samenkomen die zich vaak met hart en ziel inzetten voor hun medemens veraf en dichtbij, die zich dermate met elkaar en met hun religieuze traditie verbonden voelen, dat het voor hen geen moeite, maar een plezier is om elke week naar de viering te gaan…?

Bij de tijd
Voor donderpreken, strenge uitspraken en achterhaalde dogma’s hoeft men niet bang te zijn. Die zijn in de Nederlandse kerken nagenoeg niet meer te horen. Het lijkt er soms op dat men het liever niet wil weten, maar ook binnen de oude kerken is men, zeker op lokaal niveau, heus wel met de tijd meegegaan… niet dat men het goede uit de rijke traditie als een kind met het badwater heeft weggegooid, wel dat men oog heeft voor de positie, het gevoel en de noden van de moderne mensen…

Kerkgebouwen
Daar komt bij dat de meeste kerkgebouwen zich als weinig andere plaatsen lenen voor spirituele reflectie en bezinning. De geschiedenis die in zulke gebouwen haast voelbaar is, de statige of juist ingetogen architectuur, de afzondering van de hectische buitenwereld, de concentratie op het geestelijke en het mystieke, dat alles maakt kerkgebouwen tot de plaats bij uitstek om tot bezinning te komen, tot zelfreflectie en inkeer.

Vieringen
Nu kan men kerken vaak ook doordeweeks bezoeken en ook dan onder de indruk van de sfeer geraken, maar om die sfeer ook echt tot zijn recht te laten komen, zou men moeten deelnemen aan datgene waarvoor zo’n gebouw gebouwd is: het vieren van het geloof!
Men hoeft ook nu weer nergens voor terug te schrikken, want er zijn kerken en vieringen in alle soorten en maten, haast voor ieder wat wils…

(zie ook de log: ‘Vooraan in de kerk‘)