Heeft God menselijke eigenschappen?

Met name in het Oude Testament van de Bijbel is er geregeld sprake van dat God menselijke eigenschappen lijkt te vertonen. Zo is Hij nu eens boos, dan weer tevreden, nu eens teleurgesteld, dan weer vergevingsgezind en soms lijkt God zich zelfs door mensen op andere gedachten te laten brengen…

Hierop wordt weleens de kritiek gegeven dat door het aan God toedichten van zulke menselijke eigenschappen, God aan ons beperkte denkvermogen wordt aangepast. Dat God wordt gemodelleerd naar het voorbeeld van de mens, of wordt zelfs geconcludeerd dat God een verzinsel van de mens is.

Toch wordt God in de christelijke leer nooit voorgesteld alsof Hij een mens is. Wel blijkt uit het Oude Testament dat God eigenschappen bezit, zoals ook mensen die bezitten. Dat hoeft overigens helemaal geen beperking van God te betekenen. Immers, als God, zoals Christenen geloven, het hoogste en volmaakte Wezen is, dan is Hij mxc3xa9xc3xa9r dan de mens en kan Hij ook menselijke eigenschappen bezitten zonder daarmee tot een mens gereduceerd te worden.
God is namelijk ook de volmaakt Goede en Zijn ‘menselijke’ eigenschappen zijn in die opvatting dan ook, anders dan onze eigenschappen, zuivere eigenschappen.

Enerzijds maken die ‘menselijke’ eigenschappen God behapbaar, maar anderzijds ook weer niet… want zou God juist niet makkelijker door slimme mensen te manipuleren zijn, als Hij een geheel vormeloos en inhoudloos iets was geweest…? Dan had iedereen God zo kunnen voorstellen, zoals hem of haar het beste uitkomt (hetgeen hedentendage vaak de praktijk is)…

Juist als God ook eigenschappen heeft die wij mensen kennen en herkennen, kan Hij een eigen ‘rol’ spelen, dan kan Hij ‘kwaad’ zijn over onrecht en ‘verheugd’ zijn over goede daden, kan Hij ‘verdriet’ hebben over en ‘begaan’ zijn met menselijk leed, enz…. en aangezien mensen de opdracht hebben meegekregen om voor elkaar “zo goed als God te zijn”, zijn Gods ‘menselijke’ eigenschappen tevens ook eigenschappen, geboden, die de mens zich eigen zou moeten maken… om boos en verheugd, rechtvaardig en uiteindelijk zo goed als God te zijn!

Advertenties

Zoektocht of missie…?

Christenen werden al heel vroeg ‘mensen van de Weg’ genoemd. De laatste decennia wordt dit beeld weer vaker gebruikt, maar vaak in de zin van dat geloven een levenslange zoektocht is, een zoeken naar wat waar(heid) is, naar wat God en de Bijbel bedoelen, naar hoe wij als goede Christenen zouden kunnen leven.

Hoe sympathiek deze insteek ook klinkt, het is niet in overeenstemming met Christus’ uitspraak: “Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader” (Johannes 14,6).
Daarmee is immers bekend gemaakt dat Christus de Weg is en tevens de Waarheid en daarmee het Leven. Wij hoeven daarom niet meer te zoeken naar wat de waarheid is, naar wat God en de Bijbel bedoelen, want wij hoeven slechts naar Christus te kijken, te luisteren en Hem na te volgen!

De Weg is dus geen zoektocht, maar een missie – een missie om te doen zoals Christus deed, Zijn boodschap handen en voeten te geven en proberen zo goed als God te zijn.
Zo kunnen wij deel van het Mystieke Lichaam van Christus worden, het Lichaam dat niet alleen door lijden en dood ging, maar ook verrezen is!

Waarheid en/of Eenheid…?

Een centraal spanningsveld in het Christendom is de verhouding tussen Waarheid en Eenheid. Aangezien Christus Zich in de Bijbel bekend maakt als zijnde “de Weg, de Waarheid en het Leven” en zijn volgelingen oproept tot eenheid, raakt deze verhouding de kern van het geloof.

Hoogstpersoonlijk
Geloof is in de kern een hoogstpersoonlijke keuze, namelijk die van het al of niet geloven van wat overgeleverd is, van het al of niet aanvaarden van Gods Liefde en daarmee van het al of niet deelhebben aan het Mystieke Lichaam van Christus en zo in de Verlossing die Hij voor ons bewerkstelligd heeft.
Daarnaast is geloof ook een subjectieve aangelegenheid omdat het door iedereen op zijn eigen manier geinterpreteerd, beleefd, ingevuld en gevoeld wordt. Dat is het gevolg van het feit dat geloven zowel iemands diepste kern, als zijn of haar hele wezen raakt, betreft en omvat.

Meningsverschillen
Teveel nadruk op de subjectieve beleving, op het persoonlijke en het individuele kan echter gauw leiden tot grote meningsverschillen met andere gelovigen. Hoe meer iemand zijn eigen persoonlijke visie en beleving als ‘de waarheid’ ziet, hoe eerder men daardoor in conflict komt met de zienswijze van een ander, die zijn of haar geloof op zijn manier beleeft.
Er zijn in zo’n geval twee mogelijkheden:
– Ofwel men vindt de (eigen) waarheid belangrijker dan de eenheid – en ieder gaat zijns weegs;
– Ofwel men vindt de eenheid belangrijker dan de (eigen) waarheid – en probeert het met elkaar eens te worden.

Waarheid boven Eenheid
De nadruk op de eigen waarheid, op het eigen ‘pure geloof’ is vooral te vinden in de protestantse hoek. Daar ligt de nadruk op het individuele geloof, dat boven de eenheid gaat. Vanuit die gedacht hebben de protestanten zich in de 16e eeuw afgescheiden van de Rooms-Katholieke Kerk, zich losgemaakt uit de eenheid rondom de Paus.
Helaas bleef het niet bij die ene afscheiding, maar bleek het protestantse principe van ‘waarheid boven eenheid’ een ‘repeterende breuk’… gaandeweg scheidden zich telkens weer grotere en kleinere groepen af omdat hun ‘waarheid’ anders was dan die van de meerderheid. Resultaat was en is nog steeds een enorme versnipperde verscheidenheid van kerken, richtingen, gemeenten, gemeenschappen en individuen.

Eenheid boven Waarheid?
In de katholieke traditie gaat daarentegen de Eenheid boven de Waarheid. Dit lijkt te suggereren dat dan de waarheid wordt opgeofferd aan de eenheid, maar dat is niet het geval. Door het bewaren van de eenheid met de Paus, sluit men zich namelijk ‘automatisch’ aan bij de ‘waarheid’ zoals die is neergelegd in de leer van de Kerk en die door het pauselijke gezag wordt gewaarborgd.
Waarheid zoals je die zelf ziet, zonder daarbij rekening te houden met een ander, of je zelfs van anderen af te scheiden is namelijk egocentrisch en daarom niet christelijk. Waarheid veronderstelt gemeenschappelijkheid en op grond van het Evangelie gemeenschap met Christus.

Midden in de wereld

Vaak wordt gezegd dat de Katholieke Kerk niet meer van deze tijd is, buiten de realiteit staat, achterlijk en achterhaald is. Het tegendeel is waar: de Katholieke Kerk staat midden in de wereld!
En dat op verschillende manieren:

Boodschap
De Kerk staat midden in de wereld doordat zij met haar boodschap van vrede, sociale gerechtigheid, bestrijding van armoede en uitbuiting, onderwijs en ontwikkeling de ontwikkelingslanden vooruit wijst. Door concrete projecten op het gebied armoedebestrijding en ontwikkeling, alsmede door het onderhouden van o.a. scholen, weeshuizen en ziekenhuizen dragen de Kerk, geestelijken en gelovigen daar ook vele steentjes aan bij.
Met haar boodschap van respect voor de medemens, eerbied voor de menselijke waardigheid en bescherming van het leven, rechtvaardige inkomensverdeling en solidariteit wijst de Kerk ook de ontwikkelde rijke landen van het Westen terecht.
Zo staat de Kerk dus in het midden doordat zij een progressieve boodschap heeft voor de arme landen en een conservatieve boodschap voor de rijke landen.

Alomvattend
De Kerk staat ook midden in de wereld doordat zij, uitgaande en vooruitlopend op de alomvattendheid van God, hier op aarde al rekening houdt met alle aspecten van het leven. Daartoe verbindt zij alvast wat verbonden hoort te zijn, zonder te vermengen wat niet vermengd kan worden, te weten:
– Godheid en mensheid;
– Jezus en Maria;
– Geest en lichaam;
– Gevoel en verstand;
– Kerk en vaderland;
– Individu en gemeenschap;
– Heden en verleden;
Mede hieruit vloeit voort dat de Kerk openstaat voor rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, sterk en zwak, ziek en gezond, dom en geleerd, heilig en zondig. Want hoezeer mensen ook ten opzichte van elkaar verschillen, (alleen) voor God zijn zij uiteindelijk allemaal gelijk.

Media
Een volgende manier waarop de Kerk midden in de wereld staat is, dat zij, om recht te kunnen doen aan de grote verscheidenheid van het bestaan, zich tot de gehele menselijke ervaringswereld richt door gebruik te maken van alle vormen van cultuur en creativiteit, van rituelen en symbolen, van tekst en muziek, van woord en beeld, van kunst en kitsch, en van alle overige beschikbare middelen en media.
Hierdoor worden in principe nagenoeg alle mensen in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de boodschap van het Geloof en deze ook op ieders eigen manier te begrijpen. Sommige mensen worden meer geraakt door een beeldende, poetische of emotionele benadering, anderen door een meer tekstuele of rationele insteek. Voor weer andere mensen geeft muziek de essentie het beste weer, terwijl er ook mensen zijn voor wie uitbeeldingen in de kunst, of juist in de volkscultuur de weg van het Geloof aangeven, verduidelijken en verdiepen…

Cijfers over katholicisme en aids

Exc3xa9n van de zwaarste beschuldigingen aan het adres van de Katholieke Kerk is dat zij door het verbieden van condoomgebruik mede-verantwoordelijk is voor de massale sterfte als gevolg van de ziekte aids, met name in Afrika.

Ik zal hier niet ingaan op de achtergrond van het kerkelijke verbod op het gebruik van voorbehoedsmiddelen in het algemeen en van condooms in het bijzonder, maar mij beperken tot de relatie tussen het condoomverbod en de verspreiding van het aidsvirus.

Telkens weer wordt gesuggereerd dat door condoomgebruik te verbieden, de Kerk c.q. de Paus de mensen bewust het risico laat lopen om met het hiv-virus gexc3xafnfecteerd te worden en dat de Kerk daarom mede-verantwoordelijk is voor de vooral in Afrika vaak enorme aantallen hiv-besmettingen en sterfte als gevolg van aids.

Maar zoals ook in het gerenommeerde British Medical Journal werd opgemerkt, blijkt in de praktijk het aantal hiv/aids-besmettingen doorgaans omgekeerd evenredig te zijn aan het aantal katholieken in een land. Op een rijtje gezet blijkt dit voor de landen in Afrika onder de Sahara inderdaad het geval te zijn:

Swaziland: 38,8% hiv/aids – 5,45% katholiek
Botswana: 37,3% hiv/aids – 4,5% katholiek

Lesotho: 28,9% hiv/aids – 51% katholiek
Zimbabwe: 24,6% hiv/aids – 7,85% katholiek
Zuid-Afrika: 21,5% hiv/aids – 7% katholiek
Namibie: 21,3% hiv/aids – 17% katholiek

Zambia: 16,5% hiv/aids – 26% katholiek
Malawi: 14,2% hiv/aids – 19,4% katholiek
Mozambique: 12,2% hiv/aids – 22% katholiek

Tanzania: 8,8% hiv/aids – 25% katholiek
Ivoorkust: 7% hiv/aids – 15,4% katholiek
Kameroen: 6,9% hiv/aids – 25,4% katholiek
Kenia: 6,7% hiv/aids – 25% katholiek
Burundi: 6% hiv/aids – 62% katholiek

Rwanda: 5,1% hiv/aids – 47% katholiek
Dem.Rep.Congo: 4,2% hiv/aids – 50% katholiek
Oeganda: 4,1% hiv/aids – 33% katholiek
Angola 3,9% hiv/aids – 38% katholiek
Madagascar: 1,7% hiv/aids – 23% katholiek

Hieraan kan worden toegevoegd dat in het katholieke Zuid-Amerika, alsmede in de eveneens zeer katholieke Filippijnen de hiv/aids-besmetting nagenoeg overal onder de 1% ligt.
(de cijfers zijn van 2003 – bronnen: www.unaids.org, CIA Factbook en Catholic Hierarchy – Statistics by country)

Hoewel de aids-epidemie een fenomeen met vele facetten is, kan uit bovenstaande cijfers op zxc2xb4n minst worden afgeleid dat deze ziekte niet, zoals al te vaak wordt beweerd, de schuld van de Katholieke Kerk is. Daar waar in zuidelijk Afrika de meeste katholieken leven, is de hiv/aidsbesmetting het laagst, terwijl in landen waar de hiv/aidsbesmetting het hoogst is, (op enkele uitzonderingen na) weinig katholieken leven.

In de rest van de wereld blijkt, afgaande op de cijfers, het katholicisme ook geen extra besmettingen met het hiv-virus tot gevolg te hebben. In de zeer katholieke, maar minder ontwikkelde landen van Zuid-Amerika ligt de hiv/aidsbesmettingsgraad niet eens zo veel hoger dan in de weinig katholieke, maar hoog ontwikkelde Westerse landen.

Hier de cijfers ook nog eens in kaartvorm weergegeven, waaruit overduidelijk blijkt dat de landen waar de hiv/aids-besmetting het hoogst is, niet de landen zijn waar het Katholicisme het sterkst vertegenwoordigt is:


Verspreiding van het Katholicisme (bron: Wikipedia)

Verspreiding van de hiv/aids-besmetting (bron: UNAIDS/WHO)

 

Homoseksualiteit

Naar aanleiding van de recente discussie over de toelating van homoseksuelen tot het priesterschap, is het nuttig om hier nog eens nader in te gaan op hoe homoseksualiteit in het algemeen door de Kerk wordt gezien.

Onderscheid
Om te beginnen moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de geaardheid, neiging of voorkeur voor mensen van gelijk geslacht (= homofilie) en anderzijds het praktiseren daarvan middels (homo)seksuele handelingen (= homoseksualiteit in strikte zin).

Homoseksuele handelingen
Homoseksuele handelingen zijn zowel volgens de Bijbel als volgens de traditionele leer van de Kerk niet geoorloofd en gelden als een zware zonde. Afgezien van de diverse bijbelpassages waarin homoseksualiteit vaak streng veroordeeld wordt, kan dit standpunt ook op basis van louter filosofische argumenten onderbouwd worden.
Door Thomas van Aquino is dat gedaan door te redeneren dat de mens met zijn verstand kan bepalen wat het doel van de dingen is en dat we de dingen daarom louter voor het verstandelijk bepaalde doel ervan mogen gebruiken.
Het doel van de menselijke geslachtsorganen is de voortplanting en die kan alleen plaatsvinden door de ‘vereniging’ van man en vrouw. Gebruik van de geslachtsorganen tussen mensen van gelijk geslacht is niet in overeenstemming met het doel ervan en daarom niet geoorloofd.
Meer theologisch kan gezegd worden dat door geslachtsorganen niet te gebruiken voor het doel waarvoor zij geschapen zijn, God beledigd en Zijn ontwerp miskend wordt, hetgeen de zwaarte van de zonde verklaart (zie ook de Katechismus van de Katholieke Kerk (KKK), paragraaf 2357).

Homofiele voorkeur
Iets anders ligt het met de homofiele geaardheid, neiging of voorkeur. Hierbij is het onduidelijk of die aangeboren, danwel genetisch bepaald is (een ‘geaardheid’), of dat het een psychische of psychosociale oorsprong heeft (een ‘neiging’ of ‘voorkeur’), danwel een combinatie van beiden is.
In de nieuwste Katechismus lijkt de Kerk te aanvaarden dat homofilie een aangeboren aanleg kan hebben, maar roept ze (mede daarom?) op om “deze mensen met respect, begrip en fijngevoeligheid te behandelen” en “iedere vorm van onrechtmatige discriminatie vermijden” (zie KKK, paragraaf 2358).
Thomas van Aquino onderbouwt dit door te stellen dat lichamelijke gesteltenissen, neigingen of driften moreel gezien niet goed of slecht, maar neutraal zijn. Slechts de met het verstand gemaakte keuzes over het al of niet eraan toegeven, kunnen goed of slecht zijn. De keuze om toe te geven aan een homofiele neiging door homoseksuele handelingen te gaan verrichten is dus verkeerd.
De homofiele neigingen vallen op zich ook niet onder het gebod “Gij zult geen onkuisheid begeren”. Onkuisheid is immers iets wat het verstand alszodanig heeft aangemerkt en zolang men dus niet min of meer bewust toegeeft aan homofiele neigingen (door bijv. naar homoseksuele handelingn te verlangen of daarover te fantaseren), is er nog geen sprake van zondigheid of onkuisheid.

Praktijk
Nu ligt het in de praktijk van alledag doorgaans niet zo simpel en zwart-wit als dat de leer doet voorkomen. Het is immers heel menselijk en begrijpelijk dat mensen met een homofiele voorkeur zich tot elkaar aangetrokken voelen en dan, al of niet binnen een vaste relatie, ook (homo)seksuele omgang met elkaar hebben.
Hoezeer een en ander ook in elkaars verlengde mag (lijken te) liggen, ook binnen een ‘monogame’ homorelatie, blijven homoseksuele handelingen strikt genomen niet geoorloofd. Mits men maar celibatair leeft, is een relatie tussen twee mensen van gelijk geslacht op zich is niet zo’n probleem.

Intieme handelingen
Nu vindt er tussen mensen die van elkaar houden uiteraard ook een heel scala aan andere handelingen en omgangsvormen plaats, die niet direct gebruik van de geslachtsorganen betreffen. Denk hierbij aan omarmingen, knuffelingen, zoenen e.d.
Deze meer subtiele vormen van sexualiteit zijn doorgaans een voorstadium van de geslachtsdaad en moeten daarom ook in ‘de juiste richting’ plaatsvinden, d.w.z. tussen mensen die de geslachtsdaad ook kunnen xc3xa9n mogen verrichten: een huwelijkspaar dus.
Toch betekent dat niet dat mensen die niet met elkaar getrouwd zijn, elkaar niet zouden mogen zoenen of andere blijken van genegenheid zouden mogen tonen. Denk hierbij bijv. aan familieleden of hele goede kennissen. Uitingen van genegenheid zijn op zich goed en kunnen daarom ook plaatsvinden tussen mensen van gelijk geslacht. Alleen dienen zij dat niet openlijk te doen, aangezien dan de vaak zo sexueel denkende mensen dat als een voorbode van niet op voortplanting gerichte seks zouden kunnen interpreteren.

Homohuwelijk
Tegenwoordig wordt vaak gevonden dat mensen van gelijk geslacht niet alleen alles zouden moeten kunnen mogen wat ook heteroseksuele mensen mogen, maar ook dat zij moeten kunnen trouwen, zelfs voor de Kerk als het aan sommigen ligt. Het burgerlijke huwelijk is in Nederland in 2000 opengesteld voor paren van gelijk geslacht (in de volksmond ‘homohuwelijk’ genoemd), maar de Kerk zal een officixc3xable verbintenis, laat staan een kerkelijk huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht nooit kunnen toestaan.
De reden daarvoor is dat een kerkelijk huwelijk de bevestiging is van een verbintenis tussen man en vrouw die gericht is op volledige eenwording en het daardoor leven schenken aan kinderen.

Voorbeeld
Dat de Kerk ook een burgerlijk ‘homohuwelijk’ afkeurt, is omdat door het openlijk aangaan of voorstaan van zulke verbintenissen te kennen wordt gegeven dat zulke relaties acceptabel of zelfs goed zijn.
In concrete individuele gevallen kunnen relaties tussen mensen van gelijk geslacht weliswaar goed zijn, maar voorbeeld voor anderen, als algemene ‘regel’ kunnen ze dat niet zijn. Ten eerste omdat de ‘bijbehorende’ seksuele handelingen tegennatuurlijk zijn en ten tweede omdat het op z’n minst afleidt van de juiste, of tenminste betere weg, namelijk die van het huwelijk in traditionele zin.

Priesterschap & homoseksualiteit?

De laatste dagen is er weer de nodige ophef over de toelating van homo’s tot het priesterschap.
Deze kwestie kwam een paar jaar geleden an het rollen, toen in de Verenigde Staten diverse priesters werden beschuldigd van en veroordeeld wegens ongeoorloofde seksuele omgang met in de meeste gevallen minderjare jongens.

Nieuwe regels
Daarop heeft het Vaticaan maatregelen voorbereid om in de toekomst zulke praktijken te voorkomen. Onder meer is een kerkelijk document opgesteld waarin, naar verluid, mannen met homoseksuele neigingen niet meer tot priesteropleidingen mogen worden toegelaten. Omdat dit document nog niet officieel gepubliceerd is, is nog niet duidelijk hoe de regels en de motivering ervan precies luiden.

Onderzoekscommissie
Gisteren werd bekend dat een visitatiecommissie onder leiding van een aartsbisschop alle Amerikaanse seminaries (priesteropleidingen) zal bezoeken om o.a. na te gaan of er ongeoorloofde homoseksuele praktijken plaatsvinden. Priesterstudenten die betreffende neigingen hebben, zullen hun opleiding moeten staken.

Vragen
Hoe goed het ook is om seksueel misbruik te voorkomen, toch roepen deze maatregelen, zowel binnen als buiten de Kerk, vragen op…
Ten eerste: hoe wil men onderzoeken of zelfs ‘bewijzen’ dat een priesterkandidaat homoseksueel is c.q. zulke gevoelens of neigingen heeft? Verder dan de kandidaat ernaar vragen, zal men niet kunnen gaan, maar dat bergt het risico in zich dat een kandidaat die wel zulke gevoelens heeft, of er mee worstelt of erover twijfelt, een ontwijkend antwoord geeft of zelfs gaat liegen om zijn kansen op het priesterschap niet bij voorbaat te vergooien…

Innerlijk
Hoewel het document met de nieuwe regels en de onderbouwing daarvan nog niet verschenen is, vrees ik dat men met het nieuwe ‘verbod’ ook dogmatisch een stap te ver gaat… immers de regels van de Kerk zijn bedoeld voor (het doen of nalaten van), in dit geval al of niet bepaalde sexuele, handelingen. De innerlijke neigingen of gevoelens van een mens kan de Kerk, net zo min als ieder ander mens, niet volledig en daarom uiteindelijk niet rechtvaardig beoordelen. Daarom zou de Kerk zich ook van een oordeel over iemands innerlijk moeten onthouden (tenzij in het speciale geval van de biecht) en dat overlaten aan de enige die daar wel over kan oordelen, nl. God.

Wie wel?
Een andere vraag is wat voor kandidaten men dan wel voor het priesterschap wil. Immers, mannen met een ‘gezonde’ heteroseksuele neiging, zullen uit de aard der zaak toch eerder voor het huwelijk kiezen, dan voor het priesterschap. En hoe sterker een seksuele neiging is, hoe moeilijker het celibaat zal zijn, of men nou heteroseksueel of homoseksueel is.

Beheersing
Waar het bij het celibaat om gaat is om de beheersing van de seksuele drift in het bijzonder, maar dat in het kader van de beheersing van de menselijke driften in het algemeen. Het maakt dan niet eens zo heel veel uit waar het om gaat: de xc3xa9xc3xa9n houdt veel van cognac, de ander van vrouwen, de xc3xa9xc3xa9n van vliegreizen, de ander van mannen en weer een ander van rijkdom en macht. Als xc3xa9xc3xa9n van hen priester zou willen worden, dan moet hij die voorliefde, ongeacht welke, gewoon leren beheersen.

Een goede weg?
Centraal staat dus het kunnen leren beheersen van driften, neigingen en voorkeuren die de zuiverheid van het ambt in de weg staan. Niet geheel ondenkbaar lijkt het mij dan ook dat het priesterschap juist een goede weg zou kunnen zijn om een latente of reeds zwakke homofiele neiging te leren beheersen, in te kaderen of zelfs ‘af te leren’. Want meer dan wat ook plaatst het priesterschap de mens in dienst van God en doet het de relativiteit van de menselijke aard en neigingen ervaren…